Planten in een aquarium

Leestijd 17 minuten / Laatst gewijzigd 21 april 2024 / Auteur Ruud de Keijzer

De meeste aquariumplanten zijn van nature geen echte waterplanten maar moerasplanten. In de natuur hebben deze planten te maken met een leven boven en onder water. Enige kennis over deze planten helpt bij het introduceren en houden van een gezonde beplante aquascape.

Planten in een aquarium

Verkeerde aannames

Om te aquascapen met planten is enige kennis over planten bijzonder handig. Op het internet staat veel informatie over aquarium planten beschreven, die geen biologische fundament hebben:

  • De meeste planten nemen mineralen op via de wortels, daardoor zul je een mineraal-rijk substaat moeten gebruiken of gebruik moeten maken van zogenaamde root tabs.
  • De “moeilijk te houden” planten zijn alleen geschikt voor high tech aquasapes, waarbij onder meer met verlichting geschikt voor planten wordt gewerkt.
  • Door ijzer toe te voegen laat je “rode planten” rood kleuren.
  • Bepaalde planten zijn geschikt voor de voorgrond en andere planten zijn geschikt voor de achtergrond.
  • Planten concurreren met algen. Alles wat niet door planten wordt gebruikt, zal resulteren in algen.

Er zijn er nog wel meer, maar het bovenstaand rijtje komt direct bij me op. Waarom zijn deze aannames zo hardnekkig? Omdat de vermeende oplossing geen kwaad doet en soms lijkt te helpen en dan aan de oplossing wordt toegeschreven. En omdat de meerderheid van hobbyisten onervaren is, maar wel een meerderheid online vormen die elkaars meningenherhalen.

Met meer kennis van biologie wordt aquascaping een stuk makkelijker (en goedkoper):

  • Planten nemen mineralen op van wortel tot blad. Dat is een belangrijke reden waarom in high tech aquascapes voornamelijk planten via het water worden bemest.
  • “Moeilijke” planten hebben moeite met de lage CO2 concentraties van water. Door de licht intensiteit (sterk) te verlagen, houd je ze leven en gezond.
  • Een hogere lichtintensiteit kleurt gezonde “rode planten” rood. IJzer draagt bij aan de gezondheid van planten, net als alle andere mineralen.
  • Je kunt planten overal plaatsen. Het hangt van de stijl van je aquascape af. Sommige planten die bestemd zouden zijn voor de achtergrond, kun je prima voorin plaatsen en door veelvuldig te trimmen kun je ze laag houden. Zelfs grotere zwaardplanten zou je vooraan kunnen plaatsen als je een bepaalde biotoop beoogd.
  • Planten vormen geen indirecte concurrentie met algen. Algen zijn aquatisch en minder complex. Ze vereisen dan ook veel minder dan planten onder water. Het is zaak om te voorkomen dat algensporen kiemen. Lichtintensiteit speelt hierbij een bepalende rol. Directe concurrentie door planten waarschijnlijk ook.

Moerasplanten onder water

In de natuur

De meeste planten die in aquascaping en aquaria worden gebruikt zijn afkomstig uit moerasgebieden. De planten staan vaak met de voeten in het water en met de bladeren in de lucht. Vaak is er sprake van veel dynamiek dat veroorzaakt wordt door klimaat gebonden seizoenen.

Soms loopt het water op en staan er bladeren, zowel boven als onder water, en soms staan planten gedurende een bepaalde tijd volledig onder water. En soms is de lichtintensiteit van de zon groot, maar soms is het bewolkt waardoor het licht sterk wordt gedimd.

De hoeveelheid CO2 in het water fluctueert gedurende de dag in veel wateren sterk. Niet alleen vanwege het door daglicht gedreven fotosynthese van planten, maar ook vanwege hetzelfde proces bij algen, en ook door microben die organisch materiaal afbreken, waarbij CO2 vrijkomt.

Het leven voor moerasplanten is op basis van dag/nacht- en seizoensritmen voorspelbaar en door het wisselend weer onvoorspelbaar.

De overgang naar bijvoorbeeld een hoger waterpeil, is vaak langzaam. De top van een plant staat vaak nog boven water, waarmee het aan atmosferische CO2 kan komen.

Onder water

Moerasplanten hebben diverse mechanismen ontwikkelt om zich aan te passen aan de veel lagere CO2 concentraties in water.

Moerasplanten missen de meeste adaptieve bladkenmerken voor anorganische koolstofopname voor fotosynthese. In vergelijking met bladeren van zuurstofplanten, hebben die van moerasplanten over het algemeen een grotere weerstand tegen diffusie van CO2 van het bulkmedium naar chloroplasten, zodat langzame CO2-opname de fotosynthese onder water beperkt.

Zowel de door fotosynthese geproduceerde suikers als zuurstof dragen waarschijnlijk bij aan de overleving onder water. De zuurstof die bij fotosynthese wordt geproduceerd, kan via zogenaamde aerenchym van bladeren naar wortels worden vervoerd, en dus verbetert deze endogeen geproduceerde zuurstof de interne beluchting van ondergedompelde planten.

Nieuwe bladeren die onder water worden geproduceerd door sommige moerasplanten zijn beter geacclimatiseerd voor fotosynthese onder water dan de luchtbladeren. De geacclimatiseerde bladeren hebben een dunne cuticula en zijn over het algemeen ook dunner en ademen minder.

Deze morfologische en anatomische verschillen in vergelijking met de gebruikelijke bladeren die in lucht worden geproduceerd, verminderen de weerstand tegen CO2 (en zuurstof) diffusie tussen het bulkmedium en chloroplasten in ondergedompelde bladeren.

De hydrofobiciteit van het bladoppervlak (waterafstotendheid) is een kenmerk dat water afvoert in natte omgevingen in de lucht, waardoor bladprestaties worden verbeterd en de gevoeligheid voor ziekteverwekkers wordt verlaagd. Sommige moerasplanten hebben superhydrofobe bladeren die onder water een gasfilm vasthouden. Gasfilms verbeteren de CO2 opname voor fotosynthese onder water en zuurstof invoer voor ademhaling in het donker.

Zie ook opname van CO2 in sediment.

In het aquarium

In een aquarium wordt planten die langzame overgang van boven naar onder water, meestel niet gegund. Veel mensen weten niet dat planten boven water worden gekweekt en dus worden ze bij ontvangst direct verzopen onder water. Vaak worden dan verkeerde conclusies getrokken en wordt er gekeken naar voedingsstoffen of de kwaliteit van het licht.

Bovendien worden moerasplanten in een aquarium meestal pertinent onder water gehouden, en hebben ze te maken met een constante temperatuur gedurende de dag en nacht, en met dezelfde lichtintensiteit gedurende een aantal uur op een dag.

Uiteraard kun je moerasplanten boven het wateroppervlakte uit laten groeien. En uiteraard hoef je ook geen verwarmingselement te gebruiken. Dit geldt overigens ook voor veel vissoorten. Binnenshuis heerst vaak een subtropisch klimaat.

Gelukkig zijn planten dermate adaptief, dat het leven in een aquarium ze goed af gaat, mits de belangrijkste parameters in beschouwing worden genomen: CO2 en lichtintensiteit.

Onder versus boven water

Veel aquarium planten transformeren aanzienlijk wanneer ze onder water worden gebracht. De nieuwe bladeren die onder water groeien zijn meestal zachter en vaak smaller of fijner geveerd. Ook vertonen ze vaak andere kleuren.

Veel Rotala soorten en Echinodorus soorten ontwikkelen bijvoorbeeld alleen onder water een rode kleur. Hun oudere bladeren, die zich boven water tot hun emerse vorm hebben gevormd, veranderen meestal niet meer als ze onder water worden gezet. Uiteindelijk zullen deze bladeren afsterven. Voor de planten is het best voordelig als ze in de transitie onder water, het oude blad behouden, omdat ze daar voedingsstoffen uit halen.

Sommige planten vertonen echter niet die opvallende verschillen tussen hun ondergedompelde en ondergedompelde vormen. Dit zijn veelal langzaam groeiende epifytische planten zoals de Javavaren, Anubias en Bucephalandra soorten. Ze komen uit de overstromingsgebieden van beekjes, waar het waterpeil vaak verandert. Hun bladeren in emerse vorm zijn ook volledig functioneel onder water.

CO2 en lichtintensiteit

Planten zijn sterk gericht op koolstofdioxide CO2 en lichtintensiteit. Ondanks dat met de vinger vaak gewezen wordt naar bemesting en kwaliteit van licht, zijn veruit de meeste problemen bij planten onder water toe te schrijven aan de relatie tussen CO2 en lichtintensiteit.

Algen versus planten

In een doorsnee vissenaquarium, waargeen CO2 wordt toegediend en waarbij gebruik wordt gemaakt van standaard aquariumverlichting, doen algen het vaak beter dan planten. Middeltjes worden toegepast, plantenvoeding of alleen fosfaat wordt minder toegediend, de lichtduur wordt verkort, of wordt er een lichtpauze overdag ingesteld.

Maar algen zijn veel flexibeler dan planten. Kunnen veel beter met veranderingen omgaan. Algen hebben maar weinig CO2 en voedingsstoffen (mineralen) nodig om te reproduceren. En reproduceren zullen ze, zodra de lichtintensiteit wordt opgeschroefd. Standaard aquariumverlichting is eigenlijk voldoende voor algen.

Lees hier meer over in het artikel algen bestrijden.

Groei versus gezondheid

De groei van planten hangt ook af van de lichtintensiteit. Maar groei is niet hetzelfde als gezondheid. Voor gezonde planten heb je maar heel weinig lichtintensiteit nodig. Het zogenaamde lichtcompensatiepunt, oftewel de lichtintensiteit die nodig is om fotosynthese voldoende te laten zijn voor respiratie, ligt bij planten heel laag.

Zelfs wanneer er CO2 in het water wordt geïnjecteerd, is het niet noodzakelijk om de lichtintensiteit op te schroeven. De groei blijft dan weliswaar achter, maar met minder intens licht en veel CO2 (en voldoende voedingsstoffen) zijn planten heel gezond.

Andersom wordt problematisch. Intensiteit licht en weinig CO2, zoals we dit in een aquarium aantreffen waar geen CO2 wordt geïnjecteerd. De CO2 concentratie ligt daar ergens tussen de 0,6 en 3 ppm.

Wanneer de intensiteit verder omhoog wordt geschroefd zullen planten zich beschermen met aanmaak van pigmenten. Kleurt mooi, zo’n rode tint. Maar de mineralen die nodig zijn voor pigment productie, zijn ook nodig voor de productie van een enzym die de plant helpt om te gaan met de lage beschikbaarheid van CO2.

Dan maar het biochemisch verdedigingswerk opofferen. In combinatie met de sterke lichtintensiteit zien we algen op bladeren verschijnen. Te meer omdat algen daar voedingstoffen van planten aantreffen.

In een aquarium waar de plantenmassa groter is, zullen planten zonder CO2 toediening, het beter gaan doen onder intenser licht. De top zit dichter aan het wateroppervlakte, waar de CO2 concentratie net iets meer is. De top dimt tevens de intensiteit voor het groen dichter bij het substraat, waar de CO2 concentratie vaak lager is.

Echte waterplanten

Naast moerasplanten zijn er ook echte waterplanten die we in de hobby terugvinden:

  • Ondergedoken waterplanten zijn waterplanten die op de bodem van het water geworteld zijn, maar niet helemaal tot aan de oppervlakte reiken, of zonder wortelstelsel, zoals grof hoornblad. De bladeren, stengels en wortels groeien volledig onder water, hoewel sommige bladeren drijven. Bovendien hebben ze bloemen die meestal boven het wateroppervlak uitsteken. Ze groeien meestal aan de rand van een water. Enkele veel voorkomende voorbeelden van ondergedompelde planten zijn vijverkruid, hoornblad en rijstveldwaternimf.
  • Drijfplanten wortelen niet op de waterbodem en de bladeren en bloemen drijven en bewegen vrij op het wateroppervlak. Sommigen van hen zijn wortelloos. Anderen hebben wortels met haarachtige structuren die aan de onderkant van de bladeren bungelen. Ze groeien meestal in gebieden waar er een kleine golf in het water is. Enkele veelvoorkomende voorbeelden van drijvende planten zijn watersla en kroos.
  • Lellieachtigen hebben wortelsystemen die aan het substraat of in de bodem van het water zijn bevestigd en met bladeren die op het wateroppervlak drijven. Veel voorkomende drijvend bladige macrofyten zijn waterlelies (familie Nymphaeaceae) en vijverkruiden (familie Potamogetonaceae).

Aquascaping met planten

De rol van planten

Aquarium planten vervullen de rol van een filter. Aquarium planten nemen stkstofverbindingen, zoals ammonium en nitraat, als voedingsstof op. Daarnaast voeden ze micro-organismen (microben) met, onder andere, zuurstof, die op hun beurt ook ammonium en ammoniak omzetten naar nitraat en de plant daarnaast ook voeden met mineralen en CO2.

Microben zijn niet alleen aanwezig bij de wortels, maar ook op de plant boven het substraat. Die microben vormen een bron van voedsel voor tal van invertebraten, die zelf ook een functie hebben, zoals het fragmenteren van plantresten die in het substraat terecht komen en zo een rol spelen in de mineralisatie. De invertebraten vormen weer een voedselbron voor kleine vissen, voor wie planten ook een schuilplaats bieden.

Uiteraard vormen planten een fundamenteel onderdeel voor veel soorten aquascapes en biotopen.

De kunst van aquascaping

Planten vormen vaak een dominant element in een aquascape. De kunst van aquascaping heeft in veel opzichten ook betrekking op planten. Neem als voorbeeld “proporties”. Een fijn, gedetailleerd substraat en hardscape oogt heel vreemd bij een plant met relatief omvangrijke bladeren. Een fijn bladerige plant, zoals Rotala wallichii of Hemianthus callitrichoides ‘Cuba’, werkt veel beter.

Laagblijvende uitlopers zijn ideaal voor de voorgrond van het aquarium en sommige soorten fungeren als hechte bodembedekker. Epifyten en mossen zijn ideaal om op en tussen hardscape (stenen, hout) te plaatsen. Smalbladige rozetplanten worden vaak gebruikt op de grens van hardscape en substraat. Voor de achtergrond worden vaak stengelplanten gebruikt, zoals Rotala, Bacopa, en Ludwigia.

Introductie & onderhoud

Acclimatiseren van planten

Heb je planten gekocht die in emerse vorm zijn gekweekt? Als je ze in een aquascape plaatst die al vol staat met planten die aan het leven onder water zijn aangepast, dan kun je je nieuwe planten gewoon erbij plaatsen. De kans bestaat dat ze fragmenteren of smelten, waarna er nieuwe bladeren onstaan die zijn aangepast aan aquatische condities. Dit proces kan een maand duren.

Zijn én je planten én je aquarium nieuw? Dan is er geen leger aan gezonde planten om algen te ontmoedigen. De kans bestaat dat het fragmenteren of smelten van planten in transitie naar een aquatisch bestaan, juist gepaard zal gaan met algen. Zeker als de lichtintensiteit behoorlijk is. Algen zijn dol op afstervend plantmateriaal. Houd het licht gedurende de eerste maand dan ook sterk gedimd.

Kwekers
De meeste planten die voor aquascaping worden gebruikt zijn moerasplanten die ook boven het wateroppervlakte kunnen leven. Daarom laten kwekers aquariumplanten boven het wateroppervlakte groeien. Boven water hebben planten beschikking over de veel hogere atmosferische CO2 concentratie en groeien in combinatie met een hoge lichtintensiteit dus sneller. En omdat er veel minder water nodig is, zullen kwekers ondanks de hoge lichtintensiteit, weinig hinder ondervangen van algen.

Dry start

Dry start
Veel hobbyisten passen hetzelfde principe toe bij het opstarten van een aquascape, waarbij veel gebruik wordt gemaakt van “bodembedekkers”, zoals Dwergparelkruid, Hemianthus callitrichoides (HC) of Monte Carlo, Micranthemum tweediei.

In vitro kweekplanten

Recent zijn in vitro kweekplanten populair geworden. Jonge planten worden in weefselkweek onder steriele laboratoriumomstandigheden geproduceerd en direct in hun kweekbekers verkocht. De bladeren van ook deze planten staan in de lucht.

Ideale waterwaardes

De hardheid GH en alkaliteit KH van water is niet zo van belang voor planten. Planten hebben wat calcium en magnesium (GH) nodig en de echt aquatische plantensoorten zijn in staat om bicarbonaten (KH) als bron voor carbon te gebruiken, naast CO2.

Enige GH en KH zijn voor planten dus gewenst. Een wat lagere pH maakt onder meer de opname van bepaalde mineralen voor planten ook wat makkelijker, dus een bescheiden KH geniet de voorkeur. En liever wat minder calcium, omdat calcium opname van andere mineralen in de weg kan zitten, maar doe geen moeite als de GH aan de hoge kant is.

Kraanwater verdunnen met gedemineraliseerd / osmose water is voor de meeste planten voordelig.

Noodzakelijk? Zeker niet. Het is bovenal een kwestie van efficiëntie. Een gezond beplante aquascape met hoge GH en KH waarden is dus prima mogelijk. Tal van ervaren hobbyisten hebben me dat al laten zien. Staar je dus niet blind op waterwaardes.

Plantenbemesting

Planten hebben mineralen nodig om te leven en te groeien. Ongeveer 10% van droog plantmateriaal bestaat uit mineralen. Bijna de helft van droog plantmateriaal bestaat uit uit carbon (de C uit CO2). Slechts 10% bestaat uit mineralen. Het resterend deel van droog plantmateriaal bestaat uit waterstof H en zuurstof O.

In een aquascape waar geen CO2 wordt geïnjecteerd, heb je naar verhouding niet zo veel voedingstoffen nodig.

Veel voedingsstoffen komen redelijk natuurlijk in het water terecht. In kraanwater zitten wat concentraties van alle mineralen die planten nodig hebben. Vandaar dat je bijvoorbeeld planten prima in een vaas kunt houden op basis van louter water wissels.

Daarnaast zitten er in een aquascape waarschijnlijk dieren, zoals vissen, die mineralen uitscheiden. Samen met waterwissels kom je dan al een heel eind.

Pas je wél CO2 injectie toe, dan kun je het volledige pakket aan nutriënten extra toevoegen. Lees verder over plantenvoeding.

Macro- en micronutriënten

Er wordt wel eens onderscheid gemaakt tussen macro- en micronutriënten (sporenelementen). Alle nutriënten zijn noodzakelijk voor een plant, maar de benodigde hoeveelheid verschilt sterk.

Planten hebben met name behoefte aan stikstof (N) en kalium (K). Stikstof maakt ongeveer 5% van de eerder genoemde 10% uit en kalium ongeveer 3%. Stikstof en kalium (K) kunnen in het geval van veel planten en weinig vissen wel eens ontbreken. Als er naar verhouding veel vissen rondzwemmen, komt er wat meer stikstof in het water en zul je alleen behoefte hebben aan extra kalium.

Daarna komen calcium (Ca), fosfor (P), magnesium (Mg) en zwavel (S). Hier wordt doorgaans de grens gelegd tussen macro- en micronutriënten.

Chloride (Cl) is een twijfelgeval. Maar doorgaans is er geen gebrek aan chloride, dus die discussie ga ik hier parkeren.

IJzer

De meest genoemde, geroemde, beruchte of onbegrepen micronutriënt is ijzer (Fe). Ook dit komt op natuurlijk wijze voor en vormt niet zo vaak een probleem. De reden waarom het vaak wordt benoemd is enerzijds historisch in relatie tot de rode kleur van planten (maar dit is niet helemaal correct), en anderzijds omdat het verschil tussen aanwezigheid en beschikbaarheid van mineralen, bij ijzer duidelijk maakt.

Je kunt voldoende ijzer hebben, maar daarmee is het niet per definitie voor planten beschikbaar. IJzer kan zich namelijk binden in structuren die niet door planten worden opgenomen. Maar ook ijzer geeft niet zo snel problemen in de praktijk, mede omdat planten maar in een zeer geringe mate behoefte er aan hebben.

In een high energy aquascape, oftewel een aquascape met CO2 injectie en veel lichtintensiteit, zullen misschien extra micronutriënten toegevoegd moeten worden. Of in ieder geval wat extra ijzer. IJzer gebonden aan DTPA chelaat werkt prima, evenals ferrogluconaat. Beide kun je in een klein beetje in osmose water mixen en direct doseren in een of meerdere aquascapes.

Micronutriënten spelen ook een rol wanneer gedemineraliseerd water wordt gebruikt. In dat geval zul je alle micronutriënten, in geringe mate, moeten toevoegen.

Bemesting via de bodem of het water

De meeste planten zijn moerasplanten en die nemen mineralen op via de plantenwortels en … via de stengels en bladeren. Bepaalde planten, zoals cryptocoryne planten en zwaardplanten zouden, zogenaamde “root-feeders” zijn. Planten die het echt beter doen in mineraal-rijk substraat.

High tech aquascapers bewijzen het tegendeel. Deze planten zijn prima te voeden via het water. Omdat ze mineralen dus op iedere lokatie kunnen opnemen, maar ook, omdat een deel van de mineralen zijn weg vinden in het substraat.

Het voordeel van een mineraal-rijk substraat is dat het water minder discipline vergt om bijvoorbeeld wekelijks te bemesten via het water. Met name voor low tech aquascapes werkt bemesting via de bodem prima.

En in biologie-boekjes heb je geleerd dat planten CO2 via de bladeren opnemen. Maar via de plantenwortels kunnen ze dit ook.

En ooit wel eens een bak met water, wat drijfplanten en mineraal-rijk substraat, zoals een aquasoil, op een vensterbank neergezet? Die drijfplanten vertonen groei, ondanks dat de wortels niet het substraat raken.

Planten kun je dus heel flexibel bemesten.

Snoeien van planten

Stengelplanten

Stengelplanten zoals die van de geslachten Rotala of Ludwigia zijn snelle groeiers die snel aan de oppervlakte komen. Eenmaal daar beginnen ze langs het wateroppervlak te groeien. Dan moeten de planten (uiterlijk) worden gesnoeid, aangezien de bovenste scheuten de onderste delen van de planten afschermen. Bij gebrek aan licht laten ze hun bladeren vallen. De meeste stengelplanten kunnen op elke willekeurige plek langs de stengel worden gesnoeid. Het bovenste deel van de gesnoeide plant (het deel dat je net hebt afgeknipt) wordt de kopstek genoemd.

Je kunt deze kopstek gebruiken om de plant te vermeerderen, steek hem gewoon in het substraat met een pincet van geschikte lengte. Zowel het bovenste als het onderste deel zullen doorgroeien – de afgesneden stengel geeft vaak meerdere zijscheuten, de kopsteel zal wortel schieten en in de lengte blijven groeien.

Wortelstokplanten

De meeste epifyten zoals varens, Bucephalandra maar ook Anubias behoren tot de zogenaamde wortelstokplanten (het geslacht Anubias heeft hieronder een eigen rubriek). Deze planten hebben een sterk uitgesproken onderstam, de zogenaamde rizoom. Op deze foto van een Javavaren zie je dat heel mooi: de dikke groene scheuten tussen de twee rode lijnen zijn de wortelstok.

De bladeren, met stengels en bladmessen, bevinden zich boven de wortelstok, daaronder zijn de bruine hechtwortels zichtbaar. De wortelstok is het belangrijkste onderdeel van deze plant. Het is vergelijkbaar met een kruipende stengel. Nieuwe bladeren en wortels ontwikkelen zich beide aan het uiteinde van de wortelstok. Zijscheuten vertakken zich ervan. Zorg er altijd voor dat de onderstam onbeschadigd blijft, niet gaat rotten of bekneld raakt. Vasthoudende wortels en bladeren kunnen op elk moment en zonder problemen worden bijgesneden of geknipt met een schaar voor het geval de plant te dik wordt of als groezelige bladeren het uiterlijk bederven. De wortelstok zal na verloop van tijd nieuwe scheuten ontkiemen. Verwijder geen gezonde bladeren en wortels van nieuw geplante wortelstokplanten, geef ze wat tijd om te settelen.

Als je Javavaren (Microsorum pteropus) en varianten van Bolbitis heteroclita kweekt, kan het de moeite waard zijn om wat van de oude bladeren te behouden, omdat deze gebruikt kunnen worden voor de voortplanting van de plant. Na verloop van tijd zullen er zogenaamde adventieve planten ontstaan: kleine jonge plantjes die groeien uit zogenaamde bulbillen op een ouder blad. Ze ontwikkelen zich op bladeren die nog aan de plant zitten, en nog gemakkelijker op afgesneden bladeren. Als de jonge planten groot genoeg zijn geworden, kun je ze gemakkelijk plukken en elders in je aquarium bevestigen.

Als je een ouderplant of een te grote groep wilt splitsen om nieuwe kleinere planten te krijgen, knip je gewoon de wortelstok door met een schaar. Gebruik een zeer scherpe schaar om te voorkomen dat de stengel van de plant kneust en om een ​​zuivere snede te krijgen. Wortelstoksecties zonder scheutpunten blijven groeien door zijscheuten te produceren.

Mos

Vrijwel elk type mos kan super eenvoudig worden verdeeld of gesnoeid. In principe kan elk klein stukje mos teruggroeien tot een mooi kussen. Houd hier rekening mee bij het snoeien van mos onder water. Snoeien kan met een plantenschaar of door handmatig kleine stukjes en bladeren te plukken. .

Als er kleinere fragmenten in het water loskomen, zullen ze door de stroming door het aquarium worden meegevoerd en op een andere plek gaan groeien. Het is ten zeerste aan te raden om het filter uit te schakelen en eventuele kleine resten direct met een slang af te zuigen. Bij het opzetten van een nieuwe lay-out kun je het beste met een schaar ter grootte van een handelsformaat mos buiten het water knippen of voorzichtig uit elkaar trekken.

Grotere porties moeten worden verdeeld in verschillende kleinere, waardoor je jouw aquarium zuiniger kunt beplanten.

Bodembedekkers

Bodembedekkende planten zijn soorten met een vlakke groeiwijze die uitgroeien tot dichte plantentapijten. In het aquarium worden ze vaak op de voorgrond gebruikt. Populaire planten voor dit gebied zijn bijvoorbeeld Hemianthus callitrichoides “Cuba” of Glossostigma elatinoides.

Een typisch gedeelte van een bodembedekker bestaat meestal uit veel individuele planten die in elkaar zijn gegroeid. Het is voordeliger om een ​​portie voor het planten in meerdere kleinere te verdelen.

De portie kan eenvoudig handmatig worden verdeeld, scheur hem gewoon voorzichtig uit elkaar. Als alternatief kan een portie met een schaar in kleinere stukken worden geknipt.

Om te voorkomen dat bodembedekkers te breed of te hoog worden, knip je ze regelmatig met een schaar. Knip alle bovenste scheuten af ​​tot enkele centimeters boven de grond. De beste schaar voor deze taak zijn speciale soorten zoals Wave Cutters of Spring Scissors, die ideaal zijn voor het snoeien van voorgrondplanten.

De fijne stukjes die je bij het snoeien van bodembedekkers afsnijdt, moeten worden overgeheveld. Wij raden het gebruik van een skimmer aan. Het is belangrijk om kussenplanten zoals Hemianthus callitrichoides “Cuba” regelmatig te verdunnen, zodat de onderste plantendelen weer licht krijgen en niet afsterven.

Rozetplanten

Watertrompetten (Cryptocoryne) en zwaardplanten (Echinodorus) zijn enkele van de meest bekende rozetplanten. Net als bij de hierboven beschreven wortelstokplanten is de plantstengel van rozetplanten in feite een sterk uitgesproken onderstam, oftewel een wortelstok. Bij de rozetplanten is de wortelstok echter veel meer samengedrukt en groeit onder of net boven het grondoppervlak. Daarom is het minder zichtbaar dan bij wortelstokplanten. Vanaf de punt van de wortelstok groeien de bladeren erboven en de wortels eronder. De bladeren zitten dicht op de punt van de stengel en vormen daardoor een bladrozet. In het midden van de rozet verschijnen nieuwe bladeren. De wortelstok van een rozetplant kan ook vertakken, waardoor nieuwe bladrozetten ontstaan ​​(onvoorziene planten).

Een Cryptocoryne bestaat uit een vertakte wortelstok met meerdere bladrozetten. De wortels groeien eronder. De wortelstok is het belangrijkste deel van de plant voor zijn voortbestaan. Als dit gebied nog intact is, kan zelfs een kale wortelstok zonder bladeren en wortels onder goede omstandigheden uitgroeien tot een hele plant. Als je een rozetplant wilt snoeien of plant klaar wilt maken, dien je je bewust te zijn van de structuur van de plant. Het is gemakkelijker te planten wanneer je langere wortels bij de wortelstok afsnijdt, zodat er slechts een lengte overblijft om voldoende grip in het substraat te bieden. Houd er rekening mee dat sommige rozetten zoals Echinodorus en Sagittaria platyphylla hebben een groot drijfvermogen.

De bladeren kunnen eenvoudig met een plantenschaar worden bijgesneden. Dit is af en toe nodig als je oude, afstervende bladeren vindt, bladeren bedekt met algen of als de plant simpelweg te groot is geworden. De afgesneden stengel zal geen nieuw blad produceren, maar de punt van de wortelstok in het midden van de rozet wel.

Zoals veel meerjarige tuinplanten, kunnen rozetplanten zoals Cryptocoryne of Echinodorus worden gedeeld en zo worden verjongd. Een grote, vertakte wortelstok wordt gescheiden in kleinere planten (bijvoorbeeld met een schaar, in sommige gevallen kan deze handmatig uit elkaar worden getrokken). Het is belangrijk dat de stengel (de wortelstok) van elke plant intact blijft en niet te veel beschadigd raakt. De wortelstok is goed te herkennen: het is de typische verdikking aan de bladrozet basis.

Stolonifere planten

Sommige plantensoorten, zoals de populaire Vallisneria, planten zich voort via uitlopers. Uitgaande van een stengel of een rozet wordt een zijscheut (stolon genaamd) gevormd, die boven- of ondergronds van de plant weggroeit. Aan het einde van de zijscheut ontwikkelen zich nieuwe wortels en bladeren, waardoor een geheel nieuwe plant ontstaat. Sagittaria, Helanthium en Vallisneria soorten in het bijzonder, verspreid via lange uitloper “ketens” met veel jonge planten. Veel bodembedekkende soorten zoals Helanthium tenellum of Eleocharis vermeerderen zich via kruipende scheuten.

Als je de bladeren van een uitloperplant wilt knippen, misschien omdat ze te lang of te oud zijn geworden, knip dan de bladeren op een willekeurige plaats af met een schaar. De resterende stronken sterven na verloop van tijd af. Wel zullen er nieuwe bladeren ontstaan ​​in het midden van de bladrozet en ook op nieuwe vertakkingen van de onderstam.

Stolifere plantengroepen die te dicht zijn gegroeid, moeten worden uitgedund of er kunnen nieuwe, individuele planten worden geproduceerd.

Ofwel trek je een hele rij plantjes uit de grond en knip je de tussenstukjes van de stolonen (uitlopers) die de planten verbinden af. De afzonderlijke planten kunnen vervolgens op de gewenste plek weer in de grond worden geplant.

Of je knipt de stolon in het substraat en haalt dan alleen die enkele planten eruit die je wilt verwijderen en plant ze eventueel ergens anders, met je handen of een pincet. Wie aarde gebruikt, heeft een voordeel: de aardekorrels zijn zo zacht dat ze met een schaar kunnen worden afgesneden. Daarom kun je de onder de grond groeiende uitlopers gemakkelijk doorknippen door met een schaar in de grond te snijden, wat niet mogelijk is wanneer je zand of grind in uw aquarium gebruikt.

Knol- en bolgewassen

Knolplanten zoals waterlelies (Aponogeton) en tropische waterlelies (Nymphaea), die ook rozetplanten zijn.

Bollenplanten, die in de aquaristiek worden vertegenwoordigd door de Crinum-soort, kunnen ook tot rozetplanten worden gerekend.

Knolgewassen zoals de populaire tijgerlotus of Aponogeton hebben plantenstengels in de vorm van ronde, verdikte bewaarorganen, die vaak omgeven zijn door een beschermende schorslaag. Uit de scheuttoppen van deze knollen ontspruit de plant zijn bladeren en wortels.

Bolgewassen zoals Crinum daarentegen hebben verdikte bladvoeten, die tevens dienen als opslagorgaan.

De bollen en knollen van de meeste aquariumplanten kun je beter met rust laten en niet knippen of splitsen. Zorg er integendeel voor dat deze opbergorganen intact blijven. Wortels of bladeren die te groot zijn geworden, kun je eenvoudig met een schaar afknippen. Afgesneden bladeren groeien niet opnieuw uit de bladsteel, nieuwe bladeren komen uit de scheutpunt van de knol.

Blijf scapen,
Ruud

@ Nature Scapes