Leestijd 5 minuten / Laatst gewijzigd 10 mei 2024 / Auteur Ruud de Keijzer

Weinig aspecten aan de hobby waar het kennisniveau onder hobbyisten zo laag en zo gekleurd is als dat van de bodem. Zo zou de bodem niet te hoog mogen zijn of uit te fijne korrels bestaan. Als je de bodem verstoort, zal er gevaarlijk gas kunnen ontsnappen. Planten zouden een speciale bodem nodig moeten hebben om te kunnen groeien.

Afijn, in dit artikel laat ik mijn licht schijnen op de zin en onzin van bodems en houd ik een kort pleidooi voor ‘levenloos zand’.

Aquarium bodem voor planten

Op school leren we dat planten hun voeding via de wortels uit de bodem halen. De voeding bestaat uit mineralen zoals nitraat, kalium, fosfaat, magnesium, calcium en ijzer. Deze mineralen kunnen binden met organisch stof en met behulp van microben (bacteriën, archaea en schimmels) vrij worden gemaakt voor planten, die op hun beurt de microben voeden met zuurstof. 

In een aquarium zien we dit ook terug en dat maakt met name het voeden van planten erg makkelijk. Mineralen kunnen namelijk reageren en daarmee niet beschikbaar zijn voor opname door planten. Microben maken dit weer ongedaan. 

Die microben ontstaan vanzelf. Net als de mineralen overigens. Althans, die komen niet uit de lucht vallen, maar kraanwater bevat minerale. Mineralen komen vrij uit natuurlijk afbraak van organisch materiaal in het aquarium. En plantenvoeding bestaat uit mineralen.

Waar mineralen in het aquarium terecht komt, maakt bar weinig uit. Veel aannames in de hobby zijn te herleiden uit landbouw. Maar een aquarium is geen landbouwgrond. Twee belangrijke verschillen:

  • De grond in een aquarium is heel dun. Een centimeter of 5 of 10 stelt natuurlijk bar weinig voor.
  • Onder deze laag zit een glasplaat. De beweging van water door het substraat
  • Een aquarium zit vol met water. 

Gemixte bodems

In de hobby worden verschillende bodems aangeboden. Deeze bodems hebben verschillende eigenschappen, maar de noodzaak van de eigenschappen is zeer discutabel.

Biochemie van bodems

Beplante bodems


Anoxie en schadelijke metabolieten, kenmerkend voor wetland bodems, maken hun studie fascinerend. Aquariumplanten hebben unieke aanpassingen ontwikkeld om het licht, water en voedingsstoffen in het gebied te benutten. De rhizosfeer rondom de wortels trekt een divers scala aan gespecialiseerde organismen aan, zoals virussen, bacteriën, en schimmels, die de ecologische werking van het wetland beïnvloeden. Interacties tussen deze organismen, inclusief de immobilisatie van koolstof en de uitstoot van broeikasgassen, zijn uniek voor wetlands.

Planten en hun rhizosfeer spelen een belangrijke rol in het bodemleven en de productiviteit van het wetland. Onderzoek naar de interacties en processen in de ondergrondse ecosystemen van wetlands blijft echter beperkt. Recente multidisciplinaire studies hebben de kennis vergroot, maar er is nog veel te ontdekken over de rol van rhizosfeerbiota in wetlands. Virussen spelen een cruciale rol in aquatische ecosystemen en beïnvloeden ook wetlands. Ze reguleren populaties en dragen bij aan genetische uitwisseling, wat de evolutie van zowel gastheer als virus beïnvloedt. Onderzoek naar virussen in wetland rhizospheres is echter beperkt, ondanks hun potentiële impact op biogeochemische cycli en ecosystemische processen. Hun rol als pathogenen en de interacties met andere organismen in de rhizosfeer verdienen meer aandacht.

Biologie

Anaerobische laag / denitrificatie

Sulfide

Absorption of Mineral Nutrients

Plants absorb most mineral nutrients from the soil as ions. Some of these essential elements are cations, including potassium (K+), calcium (Ca2+), magnesium (Mg2+), iron (Fe3+ or Fe2+), manganese (Mn2+), sodium (Na+), zinc (Zn2+), copper (Cu+ and Cu2+), and nickel (Ni2+). Other nutrients are found in the form of anions, including dihydrogen phosphate (H2PO4) or hydrogen phosphate (HPO42), sulfate (SO42-), chloride (Cl), and molybdate (MoO42-). Plants obtain nitrogen from the soil as nitrate (NO3) or ammonium (NH4+). Boron is absorbed as boric acid (H3BO3) or its conjugate base, dihydrogenborate (H2BO3). Silicon is available as silicic acid (H4SiO4).

Cations in the soil are bound to negatively charged clay particles or the organic acids that form humus, and this makes it difficult for plants to absorb them. Plants have a mechanism called cation exchange, which releases cations and frees them for absorption (figure 15.1.215.1.2). This occurs when the roots pump protons (H+) into the soil. The protons bind to the clay and humus, taking the place of the cation nutrients, such as K,Ca2+, and Mg2+. These nutrients are then freely dissolved in the water in the soil and can enter the roots. Roots can also increase proton concentration (decrease pH) of the soil indirectly by releasing carbon dioxide, which reacts with water to form carbonic acid. Protons released when carbonic acid molecules disassociate can then contribute to cation exchange.

A root releasing protons, freeing various cations stuck to a clay/humus particle
Figure 15.1.215.1.2: The process of cation exchange occurs when protons (H+) are released from roots. Protons bind to negatively charged clay or humus, releasing other cations, including calcium (Ca2+), potassium (K+), and magnesium (Mg2+). The root can then absorb the cation nutrients that were released.

To absorb iron, plants must either release protons creating acidic conditions, which promote the conversion (oxidation) of Fe3+ to Fe2+, or produce special compounds called siderophores. These bind to Fe3+ forming a complex, which can then be transported into the root.

Because anions are not attracted to clay and humus in the soil, it is easier for them to leach from the soil when it is irrigated or when it rains. For this reason, anions like nitrates and phosphates are common causes of eutrophication (see Threats to Biodiversity).

Mycorrhizae, the symbiotic fungi that grow around or inside of root cells, help plants absorb a variety of mineral nutrients, particularly phosphorus.

Absorptie van minerale voedingsstoffen

Planten nemen de meeste minerale voedingsstoffen uit de bodem op als ionen. Enkele van deze essentiële elementen zijn kationen, waaronder kalium (K+), calcium (Ca2+), magnesium (Mg2+), ijzer (Fe3+ of Fe2+), mangaan (Mn2+), natrium (Na+), zink (Zn2+), koper (Cu+ en Cu2+) en nikkel (Ni2+). Andere voedingsstoffen worden aangetroffen in de vorm van anionen, waaronder diwaterstoffosfaat (H2PO4-) of waterstoffosfaat (HPO42-), sulfaat (SO42-), chloride (Cl-) en molybdaat (MoO42-). Planten halen stikstof uit de bodem als nitraat (NO3-) of ammonium (NH4+). Boor wordt geabsorbeerd als boorzuur (H3BO3) of zijn geconjugeerde base, diwaterstofboraat (H2BO3-). Silicium is verkrijgbaar als kiezelzuur (H4SiO4).

Kationen in de bodem zijn gebonden aan negatief geladen kleideeltjes of de organische zuren die humus vormen (zie Bodems), waardoor planten ze moeilijk kunnen opnemen. Planten hebben een mechanisme dat kationenuitwisseling wordt genoemd en dat kationen vrijgeeft en vrijmaakt voor opname. Dit gebeurt wanneer de wortels protonen (H+) in de grond pompen. De protonen binden zich aan de klei en humus en nemen de plaats in van de kationvoedingsstoffen, zoals K+, Ca2+ en Mg2+. Deze voedingsstoffen worden dan vrij opgelost in het water in de bodem en kunnen de wortels binnendringen. Wortels kunnen ook indirect de protonenconcentratie (verlagende pH) van de grond verhogen door koolstofdioxide vrij te maken, dat reageert met water om koolzuur te vormen. Protonen die vrijkomen wanneer koolzuurmoleculen uit elkaar gaan, kunnen dan bijdragen aan kationenuitwisseling.

Om ijzer te absorberen, moeten planten protonen afgeven die zure omstandigheden creëren, die de omzetting (oxidatie) van Fe3+ in Fe2+ bevorderen, of speciale verbindingen produceren die sideroforen worden genoemd. Deze binden zich aan Fe3+ en vormen een complex, dat vervolgens naar de wortel kan worden getransporteerd.

Omdat anionen niet worden aangetrokken door klei en humus in de grond, kunnen ze gemakkelijker uit de grond lekken als deze wordt geïrrigeerd of als het regent. Om deze reden zijn anionen zoals nitraten en fosfaten veelvoorkomende oorzaken van eutrofiëring (zie Bedreigingen voor de biodiversiteit).

Mycorrhizae, de symbiotische schimmels die rond of in wortelcellen groeien, helpen planten een verscheidenheid aan minerale voedingsstoffen, met name fosfor, te absorberen.

Concentration of Enterobacter cloacae (RP8) around wheat roots when the bacterium was introduced by inoculating seeds (circles) or soil (triangles). Uninoculated controls are shown as diamonds. Approximately 3 mm of the soil around roots supports an elevated bacterial population (A.F. Dijkstra et al. Soil Biol Biochem 19: 351-352, 1987

Anoxie en schadelijke metabolieten zijn twee van verschillende eigenaardigheden die wetland bodems kenmerken en hun bestudering zo fascinerend maken. Unieke fysiologische en anatomische aanpassingen in de wortels van wetland planten stellen hen in staat om het licht, water en voedingsstoffen die beschikbaar zijn in het wetland te benutten. De aangepaste wortels zijn omgeven door een rhizosfeer, die door zijn water, zuurstof, voedingsstoffen en fysieke bescherming een overvloed aan wetland-gespecialiseerde organismen aantrekt. Deze organismen, waaronder virussen, bacteriën en archaea (zoals N-fixers, nitrifiers en methanotrofen), schimmels (zoals mycorrhizale schimmels), protozoa en dieren, bepalen de ecologische werking van het begroeide wetland door hun interacties met de wortels, met elkaar en met hun levenloze omgeving. Verschillende van deze interacties, vooral de wereldwijd significante immobilisatie van koolstof en de uitstoot van broeikasgassen, zijn uniek voor wetlands. Het huidige overzicht benadrukt de belangrijkste kwesties en hiaten in ons begrip van de bijdrage van rhizosfeerbiota aan de ecologische werking van de wijdverspreide en wereldwijd belangrijke begroeide wetlands. Multidisciplinaire onderzoeksteams die gebruik maken van moderne technologieën en benaderingen zouden kunnen helpen deze hiaten te dichten.

Inleiding Wetland ecosystemen omvatten alle vormen van begroeide overstroomde bodems, zoals moerassen, draslanden, zoutmoerassen, veenmoerassen, veengebieden, moerassen en veenlanden. Natuurlijke wetlands en rijstvelden beslaan slechts 6% van het wereldwijde begroeide landoppervlak, maar ze dragen meer dan 10% bij aan de mondiale terrestrische primaire productie, meer dan een derde van de totale organische koolstofopslag in bodems en een derde van de wereldwijde methaan (CH4) emissies. De waarde-inschattingen van de ecosysteemfuncties en -diensten die per oppervlakte-eenheid worden geleverd, zijn 10-100 keer hoger in wetlands dan in droge land- en oceaanecosystemen; bijgevolg leveren wetlands ongeveer een kwart van de mondiale waarde van ecosysteemdiensten. Het begrip van het functioneren van deze belangrijke ecosystemen is daarom van vitaal belang. Planten en de bodembiota dragen veel bij aan de waarde van de wetlands. Planten fotosynthetiseren met hun bovengrondse organen, terwijl hun wortels en hun rhizosferen de ondergrondse productiviteit van de heterotrofe bodembiota stimuleren. Anoxie en schadelijke metabolieten (bijv. waterstofsulfide, organische zuren, ammoniak en CO2) maken de bodem van het wetland vijandig voor planten en andere organismen. Wetland planten, die tot de vroegste landplanten behoren, hebben zich aangepast aan deze omstandigheden. De planten interageren met de bodem via hun rhizosfeer, een losjes gedefinieerde regio van de bodem die de wortels omringt en door hen wordt beïnvloed. Wetland rhizosferen worden gecreëerd door de beluchting en detoxificatie van de anoxische bulkbodem door de wortels; ze zijn in wezen “oxische eiland” habitats, of niches, die de diversiteit van de heterotrofe biota van het wetland sterk vergroten. De rhizosfeerbodem is een van de drie belangrijkste onderscheidende functionele componenten van het begroeide wetland. De afmetingen van de rhizosfeer zijn vluchtig. Ze zijn enerzijds afhankelijk van het metabolisme van de plant (vooral de fotosyntheserate), zoals dat tot uiting komt in de zuurstofemissie van de wortels en de rhizodeposities (wortelafscheidingen, lysaten, slijm, dood celmateriaal en bioactieve en gasvormige verbindingen) die de nabije biota beïnvloeden. Aan de andere kant zijn deze dimensies ook afhankelijk van het metabolisme van de biota, naast de bodem en de omgevingsomstandigheden. De heterotrofe biota van het wetland bestaat uit talrijke organismen die dicht bij elkaar leven, variërend van virussen, bacteriën en schimmels tot grotere organismen. Ze vervullen tal van functies en zijn verantwoordelijk voor de processen die wetlands kenmerken, waaronder de wereldwijd belangrijke productie van broeikasgassen, vooral CO2, methaan (CH4) en distikstofmonoxide (N2O). Het begrip van het functioneren van wetlands vereist daarom een begrip van hun heterotrofe biota. Heterotrofe organismen die in de rhizosfeer van wetland planten leven in plaats van in de bulk van de overstroomde bodem, worden beloond met zuurstof, voedsel, bioactieve bescherming, substraat en onderdak, maar ze lopen het risico op predatie en ziekte door andere organismen en remming door bioactieve chemicaliën. Het wortelweefsel zelf trekt ook een veelheid aan pathogenen aan. De biota in de rhizosfeer van de wetlandplant is daarom niet alleen uniek maar ook veel dichter dan in de bulk van de overstroomde bodem. Nat oppervlakte-interfacies, vooral rhizoplanen (worteloppervlakken), zijn vaak de grootste en dominante oppervlakken van het wetland, en waar de belangrijkste microbiële processen plaatsvinden. De rhizoplane is het brandpunt van loodrechte gradiënten in de concentratie van zuurstof, toxines, voedingsstoffen en redoxpotentiaal; gradiënten zijn cruciaal voor het functioneren van wetland-ecosystemen omdat veel organismen ervan afhankelijk zijn. Gradiënten intensiveren de diversiteit en de activiteit van de biota in wetlandbodems, vergeleken met droge bodems. De complementaire processen van de planten en hun rhizosfeerorganismen dragen bij aan een veerkracht tegen verontreinigingen en dragen bij aan het bioremediërende vermogen van begroeide wetlands. Verrassend genoeg hebben minder studies het functioneren van wetlands ondergronds onderzocht, vergeleken met wetlands bovengronds. De beschikbare relevante studies, die vaak bioremediatie behandelen, hebben wetlands ondergrondse ecosystemen vaak behandeld als “black boxes” en de complexiteit van de eerder genoemde interacties ontweken. Toen we voor het eerst de beschikbare literatuur over de biota van wetland rhizospheres lazen, in het begin tot halverwege de jaren negentig, leek de informatie ons onvoldoende voor de voltooiing van dit overzicht. Dit is nu veranderd, aangezien de laatste twee decennia veel multidisciplinaire onderzoekpublicaties hebben voortgebracht die inspanningen beschrijven met verbeterde methodologieën gericht op het begrijpen van de rol van rhizosfeerbiota in het functioneren van wetlands. Deze toename van interesse kan worden geïllustreerd aan de hand van een vergelijkende enquête van het aantal publicaties dat verscheen tot 1995 en in de laatste twee decennia, over onderwerpen die ons het meest relevant lijken voor het huidige artikel, namelijk wetlands, rhizospheres en hun biota.

Het huidige artikel vat kritisch de gepubliceerde bewijzen en ideeën samen met betrekking tot de populaties, activiteiten en functies van de organismen – microbiota en kleine fauna – die specifiek geassocieerd zijn met de rhizosferen van wetland planten. Hoewel grotere dieren zoals insecten, weekdieren, vissen, vogels en zoogdieren ook interageren met de wetland rhizosfeer, vallen ze buiten de reikwijdte van dit artikel. In overeenstemming met Andrén et al. (2008), heeft deze review opzettelijk oudere en grijze literatuur opgenomen die mogelijk niet beschikbaar is of praktisch vergeten is.

Organismen en Hun Functies

Algemeen

Organismen die de biogeochemie van overstroomde bodems uitvoeren, vooral methanogenen, denitrificerende bacteriën, sulfaatreducerende bacteriën, fermenters en acetogenen, bestonden al lang voordat planten en dieren opkwamen. De planten die aanvankelijk overstroomde bodems bevolkten, waren waarschijnlijk die welke erin slaagden te leven met de heersende omstandigheden en de aanwezige biota. Een groot deel van de biota die vandaag in wetlandbodems leeft, lijkt echter geëvolueerd te zijn om gebruik te maken van de patches van rhizosfeer-niches binnen de verder ontoegankelijke overstroomde bodems. Kennelijk bevorderen de voordelen in de regimes van water, gassen, pH en voedingsstofgehalte in rhizosferen in vergelijking met de bulkbodem de verhoogde diversiteit, biomassa en activiteit in de biota van de tegenwoordige rhizosfeerbodems van wetlands.

Het gebrek aan studies die wetlandprocessen, organismen en functies integreren, is waarschijnlijk te wijten aan de neiging van de vroege wetlandspecialisten om aandacht te besteden aan een individueel organisme, een component of een proces van het wetland, gebaseerd op hun persoonlijke competentie en interesse. Gelukkig zijn er de afgelopen twee decennia meer complexe multidisciplinaire studies verschenen, vooral met micro-organismen. Deze ontwikkeling heeft enorm geprofiteerd van de vooruitgang die is geboekt in moleculaire technologieën zonder cultuur. Desalniettemin zijn studies van meervoudige-organisme interacties en processen nog steeds schaars, en daarom blijft de rol die verschillende organismen spelen in de biogeochemie van de rhizosfeer van de wetland relatief onduidelijk.

Virussen

Virussen beïnvloeden diepgaand aquatische gemeenschappen en biogeochemische cycli. Virale infectie genereert uitwisselingen van genetische informatie tussen organismen en nakomelingen van virussen, en drijft zo de evolutie van zowel de gastheer als de virale gemeenschappen aan. Virale infecties van cellen die deel uitmaken van de microbële lus – de cyclus van organische stoffen en voedingsstoffen tussen de opgeloste fase en kleine cellen, zonder dat het in de grazende voedselketen terechtkomt – decimeren essentiële organismen en omzeilen voedselwebben. Op deze manier modificeren en sturen virussen stromen van energie, organische stoffen en voedingsstoffen bij.

Aquatische virussen en hun functies zijn meer bestudeerd in wetlandbodems en water dan in rhizosferen van wetlands. De virale dichtheid in mariene sedimenten is vele malen hoger dan in marien water. De virale impact op de voedingspaden in wetlandbodems, met name in rhizosferen waar de virussen en hun doelorganismen talrijk en vermengd zijn, zou theoretisch dus ernstig moeten zijn. Dit blijft echter grotendeels onontgonnen.

De overvloed aan bodemvirussen, waarvan er veel fagen zouden kunnen zijn, is afhankelijk van de bacteriële overvloed en activiteit. Virale infectie reguleert bacteriële populaties en bemiddelt bij genoverdracht in bodems. De overvloed aan bacteriën en virussen in de rhizosfeer van terrestrische planten piekt tijdens snelle plantengroei, een dynamische situatie die zich waarschijnlijk ook in wetlands voordoet.

Fytopathogene virussen doden ook wortelcellen en gunstige rhizosfeerorganismen. Plantenwortels en rhizosfeermicroben beschermen zichzelf door zich te wapenen met antivirale middelen. Veel van de relevante kennis met betrekking tot wetlandvirussen heeft betrekking op virale pathogenen van rijst. Er zijn ook studies naar het lot van pathogene virussen die door wetlands in het afvalwater drijven, maar slechts weinig publicaties beschrijven de ‘residente’ bodemvirussen die binnen dit ecosysteem functioneren. Virussen beïnvloeden de residente bacteriële populaties in begroeide bodems onder mariene aquacultuurfaciliteiten. Vissenafval stimuleert prokaryotisch metabolisme en virale infectie, vermindert de bacteriële diversiteit, verandert de samenstelling van microbiele assemblages en beïnvloedt de activiteiten van microben en virussen in de sedimenten binnen zeegrasweiden; de interacties tussen virussen en bacteriën worden beïnvloed door het vegetatieniveau van de sedimenten, wat wijst op een betrokkenheid van de wortels.

Samenvattend zou de rhizosfeer van aquatische macrofyten, dankzij de unieke omstandigheden en biota, mogelijk een significant en toch onopgemerkt reservoir kunnen zijn van specifieke wetlandvirussen en virale effecten. Hun rol in de microbële lus en als pathogenen kan virussen cruciaal maken voor de werking van begroeide wetlands. Deze relatief recente realisatie heeft de perceptie van de biogeochemie in het wetland-ecosysteem ingrijpend veranderd.

Leestijd 4 minuten / Laatst gewijzigd 12 mei 2024 / Auteur Ruud de Keijzer

Met de Estimative Index (EI) methode worden aquariumplanten voorzien van een overmaat aan plantenvoeding via het water. Het doel is om planten ongelimiteerd toegang tot mineralen (voedingsstoffen) te geven.

Voor de goede orde: voedingstoffen = mineralen = nutriënten. De mineralen waar planten relatief veel behoefte aan hebben worden macro-nutriënten genoemd. De mineralen waar planten relatief weinig behoefte aan hebben worden micro-nutriënten of sporenelementen genoemd.

Plantenvoeding

Concentraties versus Ratio’s

Zeker in de teelt van gewassen wordt gewerkt met ratio’s. Het toedienen van mineralen moet in een bepaalde verhouding tot elkaar staan. Mineralen kunnen elkaar belemmeren in de opname door planten.

Voor het bemesten van planten in een aquarium wordt vaak ook met ratio’s gewerkt. En die ratio’s zijn typisch afgeleid uit de gewassenteelt.

Bij de Estimative Index wordt dit grotendeels losgelaten. In water heerst een andere dynamiek. Planten kunnen mineralen net zo makkelijk in het water via de bladeren opnemen. Maar mineralen vinden ook hun weg in de bodem, waar in een aquarium geen uitspoeling plaatsvindt. Een aquarium is immers begrenst door glas. Mineralen die zich aan andere stoffen binden, daardoor niet beschikbaar zijn voor planten, kunnen door bacteriën weer vrij worden gemaakt.

Kortom, het bemesten van planten in een aquarium is veel makkelijker dan het bemesten van gewassen op land. Daarom zijn niet de ratio’s, maar de concentraties van belang.

Actieve rol van planten

Planten geen passieve omstanders. Naast passieve opname, nemen planten ook actief mineralen op, afhankelijk van waar de behoefte ligt. Zo kunnen planten de pH waarde in de directe omgeving manipuleren, waarmee bepaalde mineralen opgenomen kunnen worden.

Daarnaast kunnen macro-nutriënten, oftewel mineralen waar relatief meer behoefte aan is (stikstof, kalium, calcium, fosfor, magnesium en zwavel), in weefsel door planten worden opgenomen.

Mineralen-tekort

Om dan te bepalen waar de behoefte in een beplant aquarium ligt is bijzonder moeilijk vast te stellen. Op het internet zijn tal van adviezen en wijzers te vinden, waarmee tekorten geïdentificeerd kunnen worden op basis van kleur, gaten en de specifieke locaties waar deze afwijkingen optreden. Ook hier geldt dat deze wijzers afgeleid zijn van gewassenteelt.

De grootste kans om succesvol een symptoom te koppelen aan een tekort, betreft bleke kleuring in nieuwe bladeren als gevolg van een ijzer-tekort. Maar het zou ook een tekort aan mangaan kunnen zijn.

Afijn, nog een reden waarom de Estimative Index een prima methode voor bemesting is.

Algen

Leidt een overmaat aan nutriënten niet tot enorm veel algen? Nee, een overmaat aan nutriënten leidt niet per definitie tot veel algen. Zichtbare algen voed je er zeker mee, maar alg controle is een kwestie van preventie. Lichtintensiteit, en waarschijnlijk ook de watertemperatuur, spelen een essentiële rol bij de ontkieming van algen. Als er dan ook veel organische stof in het water aanwezig is, dan nemen algensporen ‘het begin van de lente’ waar en zullen ze ontkiemen.

Als de Estimative Index per definitie tot algen zouden leiden, was het een vroege dood gestorven.

Waarom kunnen high energy / high tech aquaria met hoge lichtintensiteit werken? Om 2 redenen:

  • Een hoge plantendichtheid met hoofdzakelijk gezonde planten, zal de kieming van algensporen ontmoedigen (allelopathie).
  • Naast een overmaat aan mineralen is een ander kenmerk van de Estimative Index methode, de uitvoering van grote waterwissels. Dit geldt zeker voor high energy beplante aquaria, waar planten veel organische stof uitscheiden. Met de waterwissels wordt de concentratie verlaagd.

Estimative Index dosering

Estimative staat voor ‘ongeveer’. Maar wel ‘ongeveer-meer-dan-waarschijnlijk-nodig-zal-zijn’.

Dit betekent niet dat er van ieder noodzakelijk mineraal dezelfde hoeveelheid wordt gedoseerd. Op hoofdlijnen wordt er wel degelijk met een verhouding gewerkt. Planten hebben naar verhouding veel stikstof en kalium nodig en veel minder zinc en mangaan. Dan is het onzinnig om evenveel van ieder mineraal te doseren.

VerhoudingElement
1000zuurstof O, koolstof C
100waterstof H, stikstof N, kalium K
20calcium Ca, magnesium Mg, fosfor P, zwavel S
1ijzer Fe
< 1boor B, koper Cu, mangaan Mn, molybdeen Mo, zink Z, chloor Cl
Een overzicht van elementen waar planten behoefte aan hebben, weergegeven in een zeer ruwe verhouding.

Een Estimative Index dosering ziet er ongeveer als volgt uit:

  • Nitraat, NO3: 20ppm per week
  • Kalium, K: 30ppm per week
  • Fosfaat, PO4: 3ppm per week
  • Magnesium, Mg: 10ppm per week
  • IJzer, Fe: 0.5ppm per week

Ppm is een concentratie maat. Met hoeveel (mili)gram dit overeenkomt hangt van de omvang van het beplant aquarium af. En dan met name van de hoeveelheid planten. De berekening kun je vinden in het artikel plantenvoeding.

De bovengenoemde concentraties geven een indicatie. Verhoog je de nitraat concentratie wekelijks van 20 ppm naar 30 ppm, dan is dit ook prima.

Het bovenstaande lijstje is niet compleet. Het lijstje is complementair met de eerder genoemde grote waterwissel op basis van kraanwater.

In veel kraanwater zit aardig wat calcium en zwavel. En ook alle micro-nutriënten. Door de grote waterwissel komt er dus calcium en zwavel terug in het aquarium.

Sommige hobbyisten werken met zuiver(der) water. Zij vullen de overige mineralen zelf aan.

Gespreid bemesten

Bij de Estimative Index is het gebruikelijk om de verschillende mineralen niet gelijktijdig te doseren. Er wordt rekening gehouden met het feit dat mineralen elkaar op verschillende manieren in de weg kunnen zitten.

Sowieso worden de macro-nutriënten op andere dagen gedoseerd dan de micro-nutriënten.

High energy versus low energy

De EI methode wordt sterk geassocieerd met high energy / high tech beplante aquaria, maar is ook gewoon toepasbaar voor low energy / low tech. Alleen mag de dosering voor low energy aquaria lager zijn.

Een high energy aquarium kenmerkt zich door een hoge lichtintensiteit, waardoor ook CO2 gas injectie nodig zal zijn, ondersteund met mineralen.

Een high energy aquarium kan tot 10x snellere plantengroei leiden dan een low energy bak.

Als er in een low energy bak waterwissels worden uitgevoerd en er vissen rondzwemmen die zo nu en dan gevoerd worden, zullen planten al voorzien worden van mineralen. Organische (afvalstoffen) worden door bacteriën omgezet in (anorganische) mineralen.

Met wat extra stikstof, kalium en misschien ook magnesium, kun je planten gezond houden.

Blijf scapen,
Ruud

PS. Heb je vragen of opmerkingen? Stuur me gerust een bericht:


Over Nature Scapes  | Privacy by design

De meeste aquariumplanten zijn plantensoorten die in de natuur grotendeels boven water staan. Langs waterranden of in draslanden. Aquariumplanten die als moeilijk bekend staan vinden we in deze categorie terug. En sommige soorten gaat het wat makkelijker af dan andere soorten. Maar wat is dan de beperkende factor?

Het korte antwoord luidt CO2. Om dit te demonstreren heb ik begin 2024 een bak opgezet die in veel opzichten geschikt zou zijn voor de meest eenvoudige aquariumplanten:

  • het substraat bestaat uit fijn korrelig zand
  • het licht wordt verkocht als zijnde geschikt voor vissen en minder voor planten
  • de lichtintensiteit heb ik gereduceerd tot 10% van de normale output, waarmee het zelfs voor eenvoudige aquariumplanten als behoorlijk zwak kan worden aangemerkt

Met één belangrijk verschil, te weten een CO2 gas systeem.

En in de eerste fase nog een tweede verschil, namelijk het gebruik van RO water en een overdaad aan plantenvoeding (de zogenaamde Estimative Index).

Leestijd 6 minuten / Laatst gewijzigd 20 mei 2024 / Auteur Ruud de Keijzer

Een aquarium met alleen planten is niet veel anders dan een vaas met planten en water. In een vaas staan planten doorgaans boven water, met de wortels in de grond of direct in het water. In een aquarium hoeft dit niet anders te zijn. De waterhoogte kan immers worden beperkt ten opzichte van de hoogte van het aquarium, zoals bij een riparium, paludarium of bepaalde biotopen. Planten die in de aquarium hobby worden aangeboden, staan in de natuur boven water, maar kunnen ook volledig onder water worden gebracht.

Traditioneel aquarium

Wat maakt een aquarium met alleen planten, anders of speciaal? Deze vraag kun je beantwoorden vanuit de vergelijking met planten die boven water worden gehouden, en ook vanuit de vergelijking met een aquarium waarin (ook) vissen rondzwemmen.

Het antwoord op de eerste vergelijking, kun je lezen in het artikel over aquariumplanten in relatie tot water, licht, zuurstof, CO2 en mineralen. Samengevat: de meeste aquariumplanten zijn van nature oever- en moerasplanten die in volledig aquatische toestand te maken krijgen met veel lagere concentraties zuurstof en CO2. Deze condities wordt nijpender naarmate de lichtintensiteit toeneemt. In een traditioneel aquarium, vaak verwarmt en eigenlijk altijd overbelicht, hebben hobbyisten moeite om planten gezond te houden.

Het antwoord vanuit de tweede vergelijking is in principe minder spannend. Een aquarium met alleen planten hoeft niet per definitie anders te zijn dan een aquarium met alleen vissen of waarin zowel planten als vissen aanwezig zijn. Alleen worden vissen vaak op onnatuurlijke wijze gehouden. Dit slaat wederom op temperatuur en lichtintensiteit. Kijk naar het gemiddeld aquarium en je ziet een overbelichte glazen bak dat continue wordt verwarmd. Zou je de verwarming en verlichting weghalen of in ieder geval sterk reduceren, dan worden de condities voor veel plantensoorten en veel vissoorten beter.

Bepaalde plantensoorten, zoals Rotala wallichii, hebben het per definitie zwaar in aquaria. Maar als je ’s ochtend CO2 gas in het water toevoegt, zul je zien dat ook deze planten het prima gaan doen. Zelfs onder zwak licht. En bij sterk licht, waarbij de CO2 concentratie van nog groter belang wordt, kleuren ze zelfs rood.

Aquarium met planten

Een aquarium met alleen planten opzetten is zo gepiept. De grootste uitdaging is de overgang van veel plantensoorten. Deze worden typisch boven water gecultiveerd, om vervolgens door de hobbyist volledig onder water te worden gebracht. Door deze planten bij ontvangst een paar weken in een vaas te laten drijven op een goed belichte locatie, zoals een vensterbank op de noordzijde, zul je na een poos al nieuwe bladeren zien groeien. Je kunt de planten dan volledig onder water zetten in het aquarium.

Bodem

Ieder substraat is prima. Voedingsbodems en aquasoils worden aangeboden, want dat is wat aquariumplanten nodig zouden hebben. Echter, planten hebben mineralen nodig. In voedingsbodems en aquasoils zitten mineralen. Maar mineralen vind je ook in kraanwater, in vloeibare bemesting en in droge minerale zouten. En ze komen vrij door microbiële activiteit in een aquarium.

Ongeacht de bron, zijn de mineralen hetzelfde. Waar je ze toedient maakt voor planten, in een glazen bak met water, he-le-maal niets uit. ‘Wat in de bak gaat, blijft in de bak.’

Dus ook ‘dood zand’ is prima substraat voor planten. Over tijd zal organisch stof en mineralen vanuit het water in het zand terecht komen. Daar hoef je geen maanden op te wachten. Met een gekleurde vloeistof in het water of juist onder in de bodem, kun je met eigen ogen zien hoe de vloeistof zich verspreid. Water beweegt namelijk door zand. En het beweegt sterker als het water boven het zand in beweging is.

Het duurt dan ook niet lang voordat ‘dood zand’ tot leven komt. Zeker wanneer planten wortel schieten. Wortels geven zuurstof (en organische stof) af in de bodem, en vormen een symbiotische relatie met bacteriën en schimmels, die zuurstof en organische stof opnemen en op hun beurt de wortels voeden met mineralen en CO2.

Kleine tip: stengelplanten zijn soms lastig te planten in fijn zand. Zet de stengel met de onderste bladeren in het zand, zodat de plant is verankerd. Die begraven bladeren breken door bacteriën en schimmels af en worden door de plant vervangen door wortels.

Mineralen

Voor een aquarium met alleen planten en in (sterk) gedimd licht, hoef je planten nauwelijks van mineralen (= plantenvoeding) te voorzien. Misschien bij de opstart kun je eenmalig wat ‘root tabs’ (wortelvoedende tabletten) in de bodem toevoegen om een surplus te creëren, maar over tijd kun je sturen op de kleur van bladeren.

Verkleuren bestaande bladeren die groen horen te kleuren, minder groen of geel, dan is er hoogstwaarschijnlijk sprake van een tekort van een van de zogenaamde macro-nutriënten: stikstof, kalium, magnesium of misschien ook fosfaat. En als je weinig waterwissels uitvoert, kan er ook sprake zijn van een tekort aan calcium en sulfaat.

Door zo nu en dan een waterwissel uit te voeren en tussendoor wat stikstof, kalium, magnesium en fosfaat toevoegen, moet voldoende zijn om een aquarium met alleen planten, van voeding te voorzien.

Zijn het de nieuwe bladeren die juist bleek of wit ogen, dan kan er sprake zijn van een ijzer of mangaan tekort. Van beide hebben planten maar zeer weinig nodig. Uit waterwissels en uit natuurlijke afbraak in een aquarium, zou er geen tekort van zogenaamde sporenelementen moeten voorkomen. Sporenelementen zijn mineralen waar planten in verhouding maar zeer weinig van nodig hebben.

Eventueel kun je apart wat ijzer, ongeacht de vorm, toevoegen aan het water. De exacte vorm is misschien niet direct opneembaar voor planten, maar zodra het in de bodem terecht komt, kunnen microben de vorm omzetten naar een structuur dat door wortels kan worden opgenomen.

Energie

Verwarming

Net als veel ‘aquariumvissen’ doen aquariumplanten het prima op kamertemperatuur. Een aquarium zonder verwarming is niet hetzelfde als ‘koud water’. Kamertemperatuur komt al snel overeen met een subtropisch klimaat. Een aquarium zonder verwarming is dus subtropisch.

En net als subtropische gebieden in de wereld, fluctueert de temperatuur tussen dag en nacht, en tussen de seizoenen. Dat is helemaal niet slecht voor plant en dier. Voor een aquarium met alleen planten gebruik je geen verwarming.

Verlichting

Over verlichting bestaan heel veel misverstanden. Voor achtergrondinformatie over de relatie tussen licht en aquariumplanten, kun je wederom het artikel over aquariumplanten raadplegen of het artikel over aquarium verlichting. Voor hier volstaat te vermelden dat hoge lichtintensiteit, wat standaard aquarium verlichting eigenlijk afgeeft, een groter probleem vormt dan lage lichtintensiteit.

Sterker nog; de meeste aquariumplanten kun je houden in een aquarium zonder aquarium verlichting, mits het aquarium op een goed verlichte locatie staat. Op een donkere locatie zijn er overigens tal van plantensoorten die het gewoon prima doen. Niet veel anders dan ‘huisplanten’ in de hoek van een kamer.

Ook de kwaliteit of de kleur van verlichting zijn veel meer van belang voor de hobbyist dan voor het aquarium met alleen planten.

Gassen

Als de verlichting en verwarming op een lager pitje staan, wordt het voor planten die volledig onder water worden gehouden wat makkelijk om te gaan met de lagere concentratie CO2 en de veel lagere concentratie zuurstof in water ten opzichte van de atmosfeer. Een lagere temperatuur verhoogt bovendien ook de concentraties van gas.

CO2

CO2 komt in water door diffusie vanuit de lucht boven het wateroppervlakte en door microbiële activiteit van afbraak van organische stof in het aquarium. De CO2 wordt overdag lager door fotosynthese van planten (en andere fotosynthetiserende organismen).

Zuurstof

Zuurstof komt in water door diffusie vanuit de lucht boven het wateroppervlakte en door fotosynthese van planten (en andere fotosynthetiserende organismen). De O2 wordt lager door de opname van micro-organismen (organische afbraak) en door planten (en andere fotosynthetiserende organismen).

Planten produceren overdag dus zuurstof, maar nemen gedurende de dag en nacht ook zuurstof op. Bovendien geven planten zuurstof af, waarmee ze ook de bodem van zuurstof voorzien. Naast het zuurstof-rijk maken van de zogenaamde rhizosfeer (de symbiose tussen plantenwortels, bacteriën en schimmels), vermoed ik dat planten het zuurstof ook ’s nachts voor eigen gebruik kunnen opnemen. Als je de bodem van een dicht beplant aquarium verstoort, komen er wel eens bubbels uit die naar het wateroppervlakte schieten. Deze bubbels bestaan uit zuurstof.

Wat kun je als hobbyist doen om planten te helpen? Een laag waterniveau helpt, omdat het wateroppervlakte waar diffusie van gassen plaatsvindt, naar verhouding groot is ten opzichte van het watervolume. Dit staat een beetje haaks op de gebruikelijke wens om verticaal groeiende stengelplanten te houden, waarvoor een hoger waterniveau wenselijk is.

Een laag waterniveau helpt maar is geen must. Je kunt het waterniveau wel aanpassen aan de hoogte. Houdt het wateroppervlakte bijvoorbeeld niet ver boven de top van je planten.

Waterbeweging

Een ander gebruik is om het water ’s avonds en ’s nachts goed te beluchten door middel van luchtbubbels. Hierdoor wordt én het water sterk in beweging gebracht, én wordt het wateroppervlakte gebroken.

terwijl de breking van het wateroppervlakte goed is ter voorkomen van biofilm op het wateroppervlakte en diffusie van gassen.

FAQ – Aquarium met alleen planten

Mag water stilstaan of moet het bewegen?

Waterbeweging is wenselijk voor de distributie van gassen en mineralen. Dit kan met een zogenaamde powerhead worden gerealiseerd, maar een traditionele filter is ook prima. Filtermedia haal ik er per definitie uit. Het is me alleen om de beweging van water te doen.

Is een filter noodzakelijk?

Een aquarium met alleen planten hoeft niet gefilterd te worden met behulp van een mechanische filter. En het hoeft ook niet te worden ingedraaid. Planten zijn betere biologische filters dan een grote mechanische filter die honderden euros kost. Filtratie is namelijk zuurstof gedreven. Een dure filter maakt geen zuurstof aan. Planten doen dit wel.

Welke plantensoorten zijn het makkelijkste te houden?

Alle soorten die tolerant zijn voor water met lage CO2 (en O2) concentraties:

  • De ‘echte’ waterplanten, waarvan sommige wel eens worden aangeduid als ‘zuurstofplanten’, alsof andere planten geen zuurstof aanmaken. Afijn, denk aan plantensoorten van de familie’s Vallisneria, Elodia, Ceratophyllum en Myriophyllum.
  • Epifyten en lithofyten, zoals varens en mos.
  • Heel veel moeras- en oeverplanten, zoals Rotala rotundifolia, verschillende Hygrophila soorten, Limnophila sessiliflora, en verschillende Cryptocoryne soorten.

Verder lezen over een aquarium met alleen planten?

Blijf scapen,
Ruud

PS. Heb je vragen of opmerkingen? Stuur me gerust een bericht:


Over Nature Scapes  | Privacy by design

Leestijd 5 minuten / Laatst gewijzigd 6 mei 2024 / Auteur Ruud de Keijzer

De Walstad methode verwijst naar een aantal richtlijnen om een beplant aquarium te houden met minimale middelen. Low tech dus. Deze richtlijnen zijn te herleiden uit het boek van Diana Walstad, Ecology of the Planted Aquarium. Dit artikel beschrijft de Walstad methode en hoe de methode zich verhoudt ten aanzien van andere low tech benaderingen, zoals de LEAF methode.

Het Walstad aquarium

Het Walstad aquarium is een aquarium met een hoge plantendichtheid (veel planten per oppervlakte), een lage vissendichtheid (weinig vissen per oppervlakte), plantenvoeding op basis van vissenvoer, een cellulose-rijk substraat, een gereduceerde lichtintensiteit en geen waterbeweging. Filtratie wordt door planten (en bacteriën) verzorgd.

Substraat

Naast planten vormt het substraat de kern van het Walstad aquarium. Vaak wordt veronderstelt dat het substraat rijk aan nutriënten (voedingsstoffen) moet zijn, waarmee planten zich jarenlang zouden kunnen voeden. En dus zien we zogenaamde ‘Walstad aquaria’ terug met voedingsbodems.

Een voedingsrijke bodem is niet fout, maar het ‘Walstad’-label mag je dan van het aquarium halen. Een Walstad aquarium beoogd juist de CO2 concentratie in het water te verhogen. Waar je normaal op 2 – 3 ppm (parts per million) CO2 zit, zou de Walstad methode voor het drie- of viervoudige moeten zorgen.

Die verhoogde concentratie moet voortkomen uit de microbiële activiteit in het substraat. Bacteriën breken organisch / koolstof materiaal af en als bijproduct ontstaat er CO2 dat door planten kan worden opgenomen.

Diana Walstad gebruikte daarom substraat dat rijk is aan cellulose. Een bodem dat bijvoorbeeld bestaat uit gecomposteerde boomschors en veenmos, is cellulose-rijk. Hiermee zou je de CO2 concentratie dus jarenlang wat hoger kunnen houden.

Deze cellulose-rijke bodem is makkelijk te verstoren waardoor het water troebel wordt. Om dit tegen te gaan, kan het cellulose-rijk substraat worden afgedekt met een laagje zand of grind. Maar het hoeft niet. Gooi eens wat substraat in een bakje om te bepalen of het voor je gaat werken. Let wel dat het wat tijd nodig heeft voordat substraat volledig doordrenkt is met water.

Waar komt de CO2 die vrijkomt door cellulose-afbraak terecht? Enerzijds nemen de wortels van planten CO2 op en geven ze O2 af, waarmee de microben in het substraat worden gevoed. Anderzijds komt de CO2 ook, met of zonder een zandlaag, in het water terecht. Daar kan het via de bladeren van planten worden opgenomen, maar zal een deel ook uit het water willen ontsnappen tot het natuurlijke evenwicht van CO2 in water is bereikt. Dat evenwicht ligt lager dan 1 ppm en wordt sneller bereikt door waterbeweging.

Waterbeweging

CO2 in water is niet alleen afhankelijk van microbiële activiteit, maar ook van CO2 diffusie in water vanuit de lucht.

Door de (partiële) druk van CO2 in de lucht en de concentratie van opgelost CO2 in het water, gaat er CO2 gas in of uit het water.

De CO2 concentratie in de lucht ligt zo rond 400 ppm CO2, terwijl dit in water zo rond de 0,6 ppm CO2 ligt. Door microbiële activiteit kan dit oplopen tot 3 ppm CO2. En met een cellulose-rijk substraat, neemt de microbiële activiteit toe en kan de concentratie richting 10 ppm CO2 gaan.

Maar de extra hoeveelheid zal uit het aquarium willen ontsnappen om tot de 0,6 ppm te komen. Bij dit punt ligt het natuurlijke evenwicht.

Dit proces gaat veel sneller als er veel waterbeweging is. Een Walstad wordt daarom gekenmerkt door minimale waterbeweging, zodat CO2 minder snel uit het water zal ontsnappen en overdag door planten kan worden opgenomen.

De CO2 concentratie zal overdag door fotosynthese van planten minder worden en ’s nachts loopt de concentratie weer op.

Aquariumplanten

Planten staan centraal in de Walstad methode. In een Walstad aquarium staan veel aquariumplanten en bij voorkeur zijn het makkelijke plantensoorten. Dit zijn plantensoorten die makkelijker in de lage CO2 condities (en misschien ook de lage O2 condities) van aquarium water gehouden kunnen worden.

Hieronder vallen de meer echte aquatische soorten, zoals Anacharis, Vallisneria, Ceratophyllum en Cabomba soorten, maar ook Cryptocoryne soorten, epiphyten zoals varens en mossen, en planten die boven het water uitgroeien of hun bladeren op het wateroppervlakte hebben rusten.

Die laatste groep vangt CO2 dus ook vanuit de lucht, waar de CO2 concentratie sowieso veel hoger ligt. Deze planten groeien over het algemeen dus snel. Zeker als er verlichting boven het aquarium hangt of het aquarium, deels of tijdelijk, in zonlicht staat.

Snelgroeiende planten worden wel eens vaker aangeraden op het internet voor een Walstad aquarium. Echter, een Walstad aquarium kenmerkt zich ook door het gering aantal vissen dat er rondzwemt. En een lage visdichtheid vereist minder visvoer en levert daardoor minder afvalstoffen op. De hoge plantendichtheid zouden deze met gemak moeten kunnen opvangen.

Bovendien nemen langzaam groeiende plantensoorten ook behoorlijk veel afvalstoffen op. Of beter gezegd, de door bacteriën vrijgemaakte mineralen. Alleen worden deze mineralen niet direct in groei geïnvesteerd, maar opgeslagen in weefsel.

Tot slot, een lijstje met prima moerasplanten die volledig onder water in een Walstad kunnen worden gehouden:

  • Heteranthera zosterifolia
  • Limnophila sessiliflora
  • Rotala rotundifolia
  • Hygrophila polysperma
  • Ceratopteris thalictroides

Als contrasterende plant, de blikvanger, zou je de rode lotus, Nymphaea lotus ‘red’, kunnen gebruiken.

Walstad versus Low tech

Een Walstad aquarium is per definitie een low tech aquarium. Je zou Walstad een ‘no tech’ aquarium kunnen noemen, als de bak op een goed verlichte locatie staat, waarmee aquarium verlichting niet nodig is. Maar niet ieder low tech aquarium is een Walstad aquarium.

Walstad problemen

Een Walstad aquarium brengt wat uitdagingen met zich mee. Hoe effectief en noodzakelijk is het cellulose rijk substraat? Dat valt niet makkelijk te meten. De goedkoopste en makkelijkste manier is door het meten van de pH waarde met behulp van een CO2 drop checker. Maar dit vergt wat uitdagingen in interpretatie.

Daarnaast heeft een Diana Walstad zelf wel eens last van troebel water, dat ontstaat door zwevend organische stof. Om dit tegen te gaan gebruikt zij tegenwoordig een klein filtertje om het water schoon te houden.

En waar ik zelf wel eens last van heb gehad is dat organische stof aan het wateroppervlakte komt, waar een laagje biofilm ontstaat. De bacteriën die deze biofilm maken worden goed gevoed door organische stof in het water en het zuurstof boven het water.

Low tech alternatieven

Veel beplante aquaria worden low tech geacht als er geen gebruik wordt gemaakt van een CO2 gas systeem. Er bestaan dus heel veel low tech aquaria die niet aan de Walstad richtlijnen voldoen. En soms worden ze dan Walstad genoemd, vanwege het feit dat er planten in staan en er geen CO2 gas systeem aanwezig is.

Afijn, de naamgeving is niet belangrijk, maar wel het gegeven dat je prima beplante aquaria kunt houden zonder een cellulose-rijk substraat en zonder een CO2 gas systeem. De sleutel tot succes ligt in het managen van de lichtintensiteit.

Een succesvol low tech beplant aquarium is in feite een low energy beplant aquarium. Door de lichtintensiteit te beperken en idealiter ook de water temperatuur, kunnen heel veel aquariumplanten succesvol worden gehouden.

De watertemperatuur houd je laag door geen speciaal aquarium verwarming te gebruiken. Daarmee heb je niet per definitie een ‘koudwater-bak’. Als het aqaurium binnenstaat volgt de temperatuur van het water, de temperatuur van de kamer, maar dan met minder amplitude. Veel (woon)kamers hebben een subtropisch klimaat en niet een ‘gematigd klimaat’.

LEAF methode

Naast het belang van de lichtintensiteit en de (bijbehorende) temperatuur, merk ik op dat beplante aquaria met een behoorlijke waterbeweging en een kraakhelder wateroppervlakte er beter uitziet. Idealiter beweging alle bladeren lichtjes in het water door de stroming van het water. Misschien omdat organische en anorganische stof en zeker ook CO2 en O2 beter worden gedistribueerd.

Deze low tech benadering wordt samengevat door LEAF: Low Energy + Agitated Flow. Een Walstad, maar dan met ieder willekeurige bodem, een lage lichtintensiteit en een klein filtertje om het water in beweging te krijgen.

Blijf scapen,
Ruud

PS. Heb je vragen of opmerkingen? Stuur me gerust een bericht:


Over Nature Scapes  | Privacy by design

Osmose water is water dat grotendeels gezuiverd is van mineralen, metalen en andere stoffen die we in kraanwater aantreffen. Osmose water wordt toegepast om aquaria, biotopen en aquascapes van zuiverder en / of zachter water te voorzien. Osmose water kan worden gecombineerd met kraanwater of geheel als vervanging voor kraanwater.

Blijf scapen,
Ruud

PS. Heb je vragen of opmerkingen? Stuur me gerust een bericht:


Over Nature Scapes  | Privacy by design

beplant-aquarium-zonder-co2

Leestijd 4 minuten / Laatst gewijzigd 31 maart 2024 / Auteur Ruud de Keijzer

Heb je weinig ervaring en wil je een mooi beplant aquarium opzetten zonder CO2? Zonder algen? Zonder gedoe? Dat is met de zogenaamde LEAF methode veel makkelijk dan dan je misschien zou verwachten.

LEAF staat voor Low Energy en Agitated Flow. Oftwel, sterk gedimd licht of alleen kamerverlichting, water op kamertemperatuur, en behoorlijke waterbeweging door middel van een filtertje.

Wat heb je nodig?

  • Een kale bak
  • Zand
  • Water
  • Licht
  • Filtertje
  • Planten

Aquariumplanten

Aquariumplanten mag je direct bestellen. Nog voor je de andere spullen in huis hebt. Laat de planten een paar weken in een vaas drijven in een goed verlichte kamer of voor een raam op het noorden.

Gebruik voornamelijk de volgende planten:

  • Heteranthera zosterifolia (sterrenkruid)
  • Hemianthus micranthemoides (parelgras)

En in geringere mate de volgende planten:

  • Rotala rotundifolia
  • Limnophila sessiliflora
  • Cryptocoryne wendtii
  • Lilaeopsis brasiliensis
  • Micranthemum monte carlo

Aquarium

Als je met stengelplanten gaat werken, kies een aquarium van tenminste 30 cm hoogte. Afmetingen die goed werken:

  • 30x30x30cm
  • 45x30x30 cm
  • 60x30x30 cm
  • 60x35x35 cm
  • 90x40x40 cm
  • 120x45x45 cm

Zand

Ieder zand dat in de aquariumhobby wordt aangeboden is prima. Zorg dat je het zand vooraf goed uitspoelt.


Water

Kraanwater. In Nederland is de hoeveelheid chloor dermate laag dat het water niet behandeld hoeft te worden. Ik vermoed, maar weet het niet zeker, dat dit ook voor Vlaanderen geldt.
Lees meer over kraanwater.


Licht

Iedere verlichting is prima, mits de intensiteit niet te hoog of dimbaar is. Speciaal aquariumverlichting of verlichting voor planten is absoluut niet nodig. Veel verlichting kan geel kleuren. Voor planten maakt dit nauwelijks uit, maar zelf heb je misschien liever wit licht.


Filter

Een kraakhelder wateroppervlakte en waterbeweging komt een beplant aquarium ten goede. Kijk vooral niet naar de geschiktheid van het filtertje gegeven het watervolume. Kijk vooral ook niet naar de filtermedia waarmee het filtertje is uitgerust. Sterker nog, het filtermedia gaan we uit het filtertje halen. De functie van het filter is om het water in beweging te krijgen. Niets meer en niets minder.

Wil je kleine dieren aan je aquarium toevoegen, zorg er dan voor dat ze niet in het filtertje terecht kunnen komen. In dat opzicht kan het filtermateriaal wel uitkomst bieden.

Aquascaping-voor-beginners

Stappenplan

  • Plaats het aquarium op een goed verlichte plek. Als dit niet mogelijk is zul je verlichting moeten gebruiken. De verlichting moet wel dimbaar zijn. Slechts 1% van de normale output zou al voldoende moeten zijn voor je planten!
  • Vul het aquarium met het goed gespoelde zand en vul de bak voorzichtig met water.
  • Sluit de filter aan met het Venturi slangetje. Omwille van het geluid kun je ervoor kiezen om het slangetje alleen ‘aan’ te zetten op het moment dat je gaat slapen. Of alleen ’s avonds ‘uit’ te houden.
  • Het indraaien van een beplant aquarium, oftewel zorg dragen dat het aquarium bevolkt wordt door bacteriën die giftige stoffen onschadelijk maken, is niet nodig. Planten zijn uitstekende gastheren voor bacteriën, omdat ze zuurstof afgeven. Zorg goed voor planten en planten zorgen voor de rest.
  • Als je je planten 1 a 2 weken in de vaas met water hebt laten wennen, kun je ze planten in je aquarium. Als de stengels nog weinig wortels hebben en het planten gaat wat lastig, steek gerust de stengel met de onderste bladeren in de bodem.
  • Sterrenkruid, R. rotundifolia en L. sessiliflora plaatsen we in de achterste helft. Parelkruid en de Cryptocoryne plaatsen we halverwege, maar beide niet centraal in het midden. L. brasiliensis plaatsen we voorin aan de zijkanten. M. monte carlo centraal voorin.
  • Voeg eventueel wat droge eikenbladeren toe. Mocht je de bladeren te groot vinden of wil je liever niet de vorm van het eikenblad herkennen, scheur de bladeren dan kapot. Na een dag of twee zullen de bladeren naar de bodem zinken.

Dieren

Welke dieren kun je toevoegen?

  • Slakken. De meeste soorten eten geen planten. Wel tref je ze aan op stervend plantmateriaal, waardoor ze wel eens de indruk wekken planten te eten. Ook een slakkenexplosie is niet iets om je druk over te maken, tenzij je te veel vissen- of garnalenvoer toevoegt.
  • Neocaridina garnalen. Gewoon doen.
  • Vissen. Dario vissen, zoals Dario tigris, zijn zeer geschikt.

Monitoren

  • Het oppervlakte water moet kraakhelder zijn.
    Als dit niet het geval is zul je voor meer bubbels moeten zorgen.
  • Idealiter bewegen alle bladeren van iedere plant heel lichtjes.
    Als dit niet het geval is zul je de filter anders moeten positioneren.
  • De bladeren horen groen te kleuren.
    Als dit niet het geval is heb je zul je misschien iets vaker waterwissels en / of plantenvoeding moeten toevoegen. Let wel, een enkel (geel) verkleurd blad is geen reden om iets te wijzigen.

Onderhoud

Wekelijks volstaat een waterwissel van zo’n 10%. Tussen de waterwissels, voeg je wat plantenvoeding toe. Hoogstwaarschijnlijk zul je alleen macro-nutriënten nodig hebben. Zie plantenvoeding of plantenvoeding kopen.

Afstervend plantmateriaal kun je gewoon in de bak laten liggen. Zodra de planten in de buurt van het wateroppervlakte komen, kun je ze knippen. Het geknipte stuk plaats je weer terug in het zand.

Behoefte aan meer informatie? Lees het artikel over het het beplant aquarium.

Blijf scapen,
Ruud

PS. Heb je vragen of opmerkingen? Stuur me gerust een bericht:


Over Nature Scapes  | Privacy by design