Aquariumplanten

Leestijd 14 minuten / Laatst gewijzigd 15 mei 2024 / Auteur Ruud de Keijzer

Aquariumplanten zijn planten die in aquaria en aquascapes worden gehouden. In hun natuurlijke omgeving staan de meeste aquariumplanten niet volledig onder water. Kennis over licht, CO2, O2, mineralen, water en bodem, maakt het gezond houden van aquariumplanten heel makkelijk. Onderstaand relaas is een tikkeltje theoretisch en het kost 14 minuten van je tijd, maar ik denk dat het het je gaat behoeden van problemen en gedoe met planten, onnodig hoge energiekosten en de aanschaf van onnodige technologie en dure middeltjes.

aquariumplanten

Wat zijn aquariumplanten

Een beplant aquarium of aquascape tref je in de natuur nergens aan. Enkele plantensoorten zijn echte waterplanten, maar de meeste planten die we in een aquarium houden zijn oever- en moerasplanten. Deze planten staan in de natuur met hun bladeren, volledig of gedeeltelijk, boven water, maar hebben het vermogen zich aan te passen aan een leven dat zich volledig onder water afspeelt.

Waterplanten

In de natuur komen een aantal soorten planten voor als waterplanten, waarvan enkele soorten volledig onder water staan in ondiep water of dicht bij het wateroppervlakte, zoals Vallisneria, Egeria en Ceratophyllum. Andere soorten hebben hun bladeren op het water rusten. Ze drijven volledig op het water, zoals watersla (Pistia stratiotes) en kikkerbeet (Limnobium laevigatum) of ze zijn geworteld in de bodem terwijl hun bladeren op het water rusten. Dit zijn de lelieachtigen (Nymphaeaceae).

Oever- en moerasplanten

De meeste plantensoorten die in aquaria en aquascapes worden gehouden, zijn echter randzone planten, die langs wateren staan, zoals Cryptocoryne, Aponogeton, of het zijn planten afkomstig uit moerassen en wetlands, zoals sommige soorten Echinodorus, Cyperus, Lobelia, Rotala en Sagittaria. Deze plantensoorten hebben doorgaans natte voeten, maar de bladeren staan, volledig of gedeeltelijk, boven het wateroppervlakte.

Om in deze twee werelden te kunnen leven, hebben deze plantensoorten mechanismen ontwikkelt om efficiënter voedingstoffen en CO2 in het water via de bladeren en stengels op te nemen. Daarom zien deze plantensoorten er onder water vaak anders uit dan boven water. En daarom kunnen we ze ook volledig onder water houden, zoals in een aquarium.

Maar heel natuurlijk is dit niet. Je vindt geen beplante aquascapes terug in de natuur. In de aquatische zoetwater natuur vinden we vooral ook terrestrisch plantenafval (bladeren en takken van bomen) en algen terug.

Kwekers

Omdat aquariumplanten van nature hun bladeren volledig of gedeeltelijk boven water hebben, worden ze door leveranciers van aquariumplanten boven water gekweekt. Boven water hebben deze planten de beschikking over een veel hogere CO2 concentratie en kunnen kwekers zonder veel problemen de lichtintensiteit opschroeven, waarmee planten sneller groeien.

De beginnende hobbyist is zich vaak niet bewust van de aard van aquariumplanten en plaats planten direct onder water, waar de CO2 concentratie veel lager is terwijl de verlichting vol aan staat. De planten smelten in dat geval vaak weg.

De onstuimige natuur

Atmosfeer

De meeste aquariumplanten hebben in hun natuurlijke omgeving toegang tot CO2 en O2 in de atmosfeer. De concentraties zijn hoog en stabiel, zo rond de 400 ‘parts per million’ (ppm) voor CO2 en 200.000 ppm voor O2. De concentraties laten een lichte fluctuatie zien tussen dag en nacht en tussen de seizoenen, door fotosynthese en ademhaling van planten en vooral ook andere organismen. Zonlicht fluctueert in veel gebieden wel sterk. Voorspelbaar tussen de seizoenen en onstuimiger door bewolking.

Water

CO2 en O2

In het water liggen de concentraties CO2 en O2 veel lager en is de fluctuatie tussen dag en nacht veel sterker dan in de atmosfeer. De concentraties liggen zeer grofweg tussen de 5 en 15 ppm in zoetwater. Hieruit kun je afleiden dat de oplosbaarheid van zuurstof in water, een stuk lager is dan dat van koolstofdioxide. De exacte concentraties variëren sterk afhankelijk van de locatie.

De opname van deze gassen door planten is onder water ongeveer 10.000 keer langzamer dan boven water. De beschikbaarheid van CO2 en O2 is onder water dus beduidend lager voor planten.

Oever- en moerasplanten hebben het vermogen om nieuwe bladeren te vormen die zijn aangepast aan aquatische condities. Aquatische bladeren, in vergelijking met die gevormd in de lucht, vertonen meestal een hogere mate van dissectie of behouden de eenvoudige bladvorm met een meer smalle, langwerpige vorm. Aanvullende veranderingen in aquatische bladeren omvatten een minimale of zelfs afwezige cuticula, en minder of afwezige huidmondjes. Veel plantensoorten vormen typisch aerenchyma om interne beluchting te verbeteren.

Naast de vertoning van bladplasticiteit gebruiken sommige plantensoorten koolstof-concentrerende mechanismen (CCM’s) en bicarbonaat opnamesystemen om de onderwaterfotosynthese te verbeteren. Dit geldt ook voor de echte waterplanten die volledig onder water staan.

Zonlicht

Vaak wordt gewezen op de enorme lichtintensiteit van zonlicht. Maar waar planten onder water groeien valt het reuze mee met de lichtintensiteit. Waar het zonlicht wel sterk op het water komt, zou je waterplanten onder water kunnen vinden die op een bepaalde diepte staan waar het licht zwakker is. Maar als het zonlicht sterk op ondiep water staat, zul je geen planten vinden die vol in dit licht staan. Algen tref je dan wel aan.

De plantendelen die boven het wateroppervlakte uitgroeien vormen schaduw voor de delen onder water. Vaak hopen stengelplanten zich bij het wateroppervlakte op en staan de delen onder water volledig in de schaduw. Waterranden kunnen sowieso in de schaduw staan door planten en bomen die langs het water groeien.

Verder is lichtintensiteit in veel gebieden op de wereld onderhevig aan fluctuatie. De lichtintensiteit en bijbehorende temperatuur verschilt tussen de seizoenen, en op korte termijn fluctueert de lichtintensiteit instabiel door bewolking.

Planten hebben verschillende mechanismen ontwikkeld om hiermee overweg te kunnen. Zo kunnen planten bijvoorbeeld de lichtabsorptie reguleren onder verschillende lichtomstandigheden, en kunnen ze overtollige geabsorbeerde lichtenergie als warmte afvoeren.

Mineralen

Mineralen = voedingsstof = plantenvoeding. Sommige mineralen zijn in relatief grotere hoeveelheden nodig, de zogenaamde macro-nutrienten. Dit zijn met name stikstof en kalium. De micro-nutrienten (sporenelementen) zijn mineralen, zoals magnesium, calcium en ijzer, waarvan een plant ze in kleine hoeveelheden nodig heeft, maar die net zo belangrijk zijn.

Macro-nutriënten zijn mineralen die essentieel zijn voor de algemene structuur, energieoverdracht en belangrijke fysiologische processen van planten. Deze mineralen zijn mobiel binnen de plant. Dit betekent dat ze van oudere naar jongere weefsels kunnen worden getransporteerd als dit nodig is. Deze mobiliteit stelt planten in staat voedingsstoffen te herverdelen volgens hun groei- en ontwikkelingsbehoeften.

Planten hebben naar verhouding tot macro-nutriënten, veel minder micro-nutriënten nodig. Deze mineralen zijn essentieel voor specifieke enzymatische activiteiten, biochemische reacties en de algehele gezondheid van planten. Ze worden ook sporenelementen genoemd en zijn minder mobiel in planten dan macro-nutriënten.

VerhoudingElement
1000zuurstof O, koolstof C
100waterstof H, stikstof N, kalium K
20calcium Ca, magnesium Mg, fosfor P, zwavel S
1ijzer Fe
< 1boor B, koper Cu, mangaan Mn, molybdeen Mo, zink Z, chloor Cl
Een overzicht van elementen waar planten behoefte aan hebben, weergegeven in een zeer ruwe verhouding.

In natuurlijke wateren kunnen mineralen uit grondwater en door gesteente worden bepaald, maar ook door neerslag. In veel gebieden is neerslag instabiel en daarmee ook de toevoer van mineralen en veranderingen in waterwaarden (temperatuur, pH, etc.).

Vennen zijn moerassen die doorgaans grondwater ontvangen en daarmee een continue aanvoer van mineralen opgelost in het grondwater. Veenmoerassen zijn moerassen die hooggelegen gebieden bezetten of uitgestrekte vlakke gebieden. Deze gebieden ontvangen een groot deel van hun water en chemische bestanddelen uit neerslag.

Planten hebben verschillende mechanismen ontwikkeld om overweg te kunnen met variabiliteit, zoals de opname van mineralen via iedere lokatie en dus zeker niet alleen via het wortelsysteem. En ook door opslag van mineralen in weefsel.

Het onnatuurlijk aquarium

Verlichting

Aquarium verlichting heeft over het algemeen een hoge lichtintensiteit. Waarom? Omdat het gemiddeld aquarium in een goed verlichte ruimte staat. Met een lagere lichtintensiteit heb je overdag veel minder goed zicht op het aquarium. Met een hogere lichtintensiteit kun je hiervoor compenseren.

Maar een hoge lichtintensiteit brengt in een aquarium nadelen met zich mee. Een hogere lichtintensiteit, dwingt aquariumplanten sterker om te groeien. Of ze nu willen of niet.

De hobbyist ziet dit als iets positiefs. Groei betekent ‘gezonde planten’. Zoals het voortplantingsgedrag ‘gezonde of blije vissen’ betekent. Beide aannames zijn niet correct.

Een normale (= sterke) lichtintensiteit zorgt voor stress bij planten, zeker als de CO2 en O2 concentraties achterblijven. Om aan de gedwongen vraag naar groei tegemoet te komen, zal de productie van complexe CO2 fixerende enzymen moeten worden verhoogd. Dit kan ten koste gaan van andere vitale functies. De productie van reactieve zuurstofsoorten (ROS) als bijproduct van de fotosynthetische reacties gaat omhoog, waarvoor weer antioxidanten nodig zijn. Afijn, donkere of zwarte plekken, bladval van oudere bladeren, auto-fragmentatie van stengels, en algen op blad, kunnen consequenties zijn als planten de stress niet te boven komen.

De normale (= sterke) lichtintensiteit van aquarium verlichting zorgt voor stress bij planten, zeker als de CO2 en O2 concentraties laag zijn.

Het lichtschema dat ik toepas voor mijn beplante aquaria is als volgt:

  • Na zonsopkomst gaat het licht naar 10% van de normale output gedurende 6 uur voor de fotosynthese. Je kunt er prima voor kiezen om het percentage hoger aan te houden. Het hangt natuurlijk van je verlichting af.
  • Let er wel op dat in een flink verlichte omgeving, je de lichtintensiteit van je aquariumverlichting snel kunt onderschatten.
  • Na 6 uur dimt het licht langzaam verder tot 18:00 naar 1% lichtintensiteit.
  • Vanaf 18:00 blijft het licht op 1% tot 23:00. Buiten gaat de zon langzaam onder, waardoor het zicht op mijn beplante aquaria steeds beter wordt, ondanks 1% lichtintensiteit.

Lichtkleur

Hoe zit het met PAR, kleurtemperatuur, etc.? Antwoord: baseer je keuze voor de lichtkleur vooral op persoonlijke voorkeur. Een bergstroom biotoop wil je misschien ‘wit’ laten ogen. Een tropische biotoop wil je meer ‘geel’ laten ogen. Omdat het matcht met de biotoop. Een bergstroom staat open in het zonlicht. Een tropische beekstroom vangt sterk geblokt licht via de omringende bomen.

Voor een beplante bak wil je misschien vooral ‘blauw’ en ‘rood’ hebben. Voor deze kleuren is wat minder intensiteit nodig voor planten om tot dezelfde hoeveelheid energie te komen als wanneer alleen de kleur ‘groen’ zou worden gebruikt. Dat is natuurlijk interessant voor een teler omdat er dus minder energiekosten nodig zijn om tot dezelfde productie te komen. Voor de hobbyist van een beplant aquarium, is dit minder relevant.

Het bekende aquascape merk ADA staat er bekend om, om juist veel ‘groen’ te gebruiken voor hun showroom bakken.

Kleur heeft namelijk wel effect op hoe een beplant aquarium of aquascape oogt. Het verschil tussen mijn bakken met hele dure verlichting tov. hele goedkope verlichting is echt heel goed zichtbaar. Maar zodra ik de verlichting omdraai dan blijken de planten er exact hetzelfde uit te zien. Het verschil zit ‘m dus in hoe het oogt voor het menselijk oog.

Planten tellen gewoon alle verlichting op in een ‘photon density’ wat vertaald wordt naar lichtenergie. Door de lichtintensiteit te verhogen gaat de ‘photon density’ omhoog.

Heeft kleur dan helemaal geen impact? Toch wel. Maar de vraag is of je hier als hobbyist wakker van moet liggen. De ‘spectrale handtekening van licht’, oftewel, de verdeling van de verschillende golflengten of kleuren, werkt als signaal voor plantenhormonen. Het dag-nacht ritme van planten wordt ermee geijkt of het moment om tot bloei te komen.

Maar iemand die de dag voor zijn aquarium afsluit met ‘blauw maanlicht’ zal zijn planten het ook prima zien doen. Ondanks het feit dat zonlicht meer rood dan blauw is bij opkomst en ondergang, en ook maanlicht meer rood kleurt dan blauw.

Lees verder over aquariumverlichting.

Zuurstof O2

Voor de afbraak van organisch materiaal verbruiken bacteriën O2 en scheiden CO2 uit. Organisch materiaal komt vrij uit planten en dieren. Niet alleen poep en afgebroken plantmateriaal, maar ook het materiaal wat vissen continue door de kieuwen en planten via de bladeren uitscheiden.

De O2 in een aquarium ligt zo tussen de 5 en 8 ppm. De exacte hoeveelheid opgeloste zuurstof hangt voornamelijk af van fluctuatie in organisch materiaal en de watertemperatuur. Zodra er een surplus aan organisch materiaal vrijkomt, zal dit impact hebben op de bacteriële activiteit en daarmee op de zuurstof concentratie.

Daarom is het meten van de zuurstof concentratie een van de belangrijkste parameters om de kwaliteit van natuurlijke wateren te bepalen (BOD). En als er één parameter is die je zou willen meten in een aquarium, dan is het zuurstof concentratie. Alleen kan dit met goedkoop materiaal niet betrouwbaar worden gemeten, dus doe geen moeite en laat je niet verleiden.

Zorg ervoor dat de opgeloste zuurstof gemaximaliseerd wordt. Een hogere watertemperatuur verhoogt de bacteriële activiteit, maar verlaagt de O2 concentratie. Dat is een van de redenen waarom ik mijn aquariumwater niet verwarm en laat bepalen door (onze subtropische) kamertemperatuur.

Hoe aquariumplanten met zuurstof onder water omgaan is niet geheel duidelijk. Je zou vermoeden dat ze de zuurstof die uit fotosynthese vrijkomt benutten voor celademhaling en ook zuurstof opslaan voor de avond en nacht. Maar dit is lang niet zo duidelijk als het gegeven dat de meeste aquariumplanten in de natuur toegang hebben tot de veel hogere zuurstofconcentratie in de atmosfeer.

Ik zal niet stellig beweren dat het moet, maar de temperatuur ’s avonds en ’s nachts omlaag brengen en flink beluchten met bijvoorbeeld een extra luchtsteentje om de gasdiffusie aan het wateroppervlakte te stimuleren, zal aquariumplanten best eens ten goede kunnen komen.

Mijn beplante aquaria draaien op kamertemperatuur (subtropisch klimaat dus) en worden met een pompje ’s avonds en ’s nachts belucht middels een schakelaar.

Deze activiteit ligt in een aquarium over het algemeen lager dan in veel natuurlijke wateren. Een aquarium heeft zo rond de 3 ppm CO2 en 8 ppm O2.

Lees verder over zuurstof toevoegen in je aquarium.

Koolstofdioxide CO2

In een bak met water zal de CO2 concentratie zo rond de 0,6 ppm liggen. Als er leven en daarmee organisch afval in de bak komt, zal de concentratie door bacteriële activiteit verhogen naar 3 ppm.

ppm CO2lokatie
< 3aquarium
5 – 30natuurlijke wateren
30vaak beoogd met CO2 injectie in een aquarium
< 300de atmosfeer vóór de industriële revolutie
> 400huidige atmosfeer
Parts per million (ppm) is een maateenheid die wordt gebruikt om de concentratie van een stof in een mengsel aan te geven.

De concentratie zuurstof acht ik van hoger belang dan de concentratie CO2. Ook voor aquariumplanten.

Ook voor CO2 geldt dat koeler water meer CO2 kan vasthouden. Maar het beluchten van water middels agitatie van het wateroppervlakte, wordt wel eens als niet-wenselijk beschouwd omdat het juist CO2 verlagend zou werken.

Voor veel beplante aquaria is dit niet per definitie het geval. Als je uitgaat van 3 ppm CO2, mede door gasdiffusie via het wateroppervlakte, dan is agitatie niet verkeerd. Dit vormt de basis van de LEAF methode voor het houden van aquariumplanten.

Tracht je meer CO2 toe te voegen middels cellulose rijk substraat bijvoorbeeld, dan kun je de agitatie beperken tot de avond. Maar het hoeft niet. Boek je wezenlijk andere resultaten als er sprake is van 7 ppm CO2 versus 5 ppm CO2?

CO2 gas injectie

Tracht je nog meer CO2 toe te voegen middels een CO2 gas systeem, dan wordt vaak geadviseerd om alleen tijdens het sluiten van het systeem, gedurende de donkere periode dus, het water te agiteren. Echter, je kunt er ook voor kiezen om het water permanent te agiteren om eventueel te hoge (= toxisch voor vissen) concentraties CO2 te vermijden. En ook hier geldt: boek je wezenlijk andere resultaten bij 20 ppm versus 30 ppm CO2?

Het antwoord op deze vragen hangt ook af wat je met aquariumplanten beoogd. CO2 lijkt de kritieke factor te zijn voor welke planten je wel en welke planten je niet of minder goed in een aquarium kunt houden. Aquariumplanten die als moeilijk bekend staan, doen het, net als makkelijke aquariumplanten, prima in goedkoop, gedimd licht en een eenvoudig zandbodem. Maar er moet CO2 gas worden geïnjecteerd. Haal je het CO2 gas systeem weg, dan gaat prijzige, top-kwaliteit verlichting en een dure voedingsbodem je niet helpen om deze CO2 behoevende planten gezond te houden.

Waarom CO2 gas injecteren in een beplant aquarium?

  • Bepaalde plantensoorten hebben behoefte aan hogere CO2 concentraties.
  • Om de lichtintensiteit te kunnen verhogen en daarmee bepaalde plantensoorten te laten kleuren en bodembedekkers kruipend te laten groeien.

Lichtintensiteit

CO2 gas injectie heeft nog een voordeel. Je kunt de lichtintensiteit verhogen, zonder planten met evenredig veel stress op te zadelen. Door de lichtintensiteit gaat de fotosynthese-machine harder draaien. En bij voldoende CO2 beschikbaarheid draait de machine zonder problemen.

De voordelen van een hogere lichtintensiteit:

  • Planten die rood kunnen kleuren ter bescherming van de lichtintensiteit, zoals Rotala wallichii, kleuren rood.
  • Planten die een kruipende groei kunnen vertonen, zoals Hemianthus callitrichoides ‘Cuba’, vertonen een kruipende groei.
  • Een dichtere begroeiing wordt ook vaak beoogd, maar dit kan met alleen CO2 gas injectie. Daar hoef je de lichtintensiteit niet voor op te schroeven.

Overigens kun je met CO2 gas injectie, de lichtintensiteit ook meer verlagen dan eigenlijk al mogelijk is. Ik ken niemand buiten mezelf die met dit laatste heeft geëxperimenteerd; simpelweg, omdat je de moeite en kosten van CO2 gas injectie hier niet voor wil gebruiken.

Het lichtcompensatiepunt is de lichtintensiteit waarbij de snelheid van fotosynthese gelijk is aan de snelheid van ademhaling bij planten. Planten hebben dus een minimale hoeveelheid licht nodig om voldoende glucose uit fotosynthese te produceren.

In omstandigheden met weinig licht is het compensatiepunt lager, wat betekent dat planten nog steeds kunnen fotosynthetiseren met een langzamere snelheid, zolang er voldoende CO2 beschikbaar is. Met meer CO2 beschikbaarheid, daalt het compensatiepunt.

Plantenvoeding

Naast water (H2O) , koolstofdioxide (CO2) en zuurstof (O2, maar eigenlijk heet dit dizuurstof), hebben planten ook mineralen nodig, zoals stikstof, kalium, fosfor, calcium, magnesium, zwavel en ijzer.

Planten halen mineralen doorgaans uit de grond, maar in water zijn planten prima in staat om ook via de bladeren mineralen op te nemen, te gebruiken en op te slaan.

Bovendien komen mineralen in water ook in de bodem terecht en omgekeerd.

Heel vaak worden aquariumplanten behandelt als gewassen op landbouwgrond. Maar het bemesten van aquariumplanten is vele malen makkelijker. De bodem is veel dunner dan landbouwgrond en bovendien begrenst door glazen panelen. Wat in je in aquarium stopt, ongeacht de lokatie, blijft in het aquarium.

Mineralen kunnen reageren met andere mineralen. Of met organische stof. Of ze oxideren. Uiteindelijk komt een deel van de mineralen of mineralen complex in de bodem terecht. In de bodem leven plantenwortels die de pH manipuleren, zuurstof afgeven, en samenwerken met bacteriën en schimmels, waarbij mineralen weer beschikbaar komen voor planten (en ook CO2).

‘Dood zand’ komt dus al heel snel tot leven. Daar hoef je bar weinig voor te doen. Zuurstof-afgevende plantenwortels laten groeien en mineralen ergens vrij laten. Dit kan door ‘mineralen-bommen’ in de vorm van ‘root tabs’ (wortelvoedende tabletten) in de grond te stoppen. Of door een voedingsbodem of aquasoil te gebruiken. Of door mineralen zouten in water op te lossen en deze in het water af te geven. Vloeibare plantenvoeding dus, maar dan zelf gemaakt met mineralen zouten.

Zie het artikel over Plantenvoeding.

Ieder mineraal kan tot een tekort leiden (wet van Lieblig) voor planten. Van ijzer, bijvoorbeeld, heeft een plant veel minder nodig dan van stikstof. Maar als ijzer ontbreekt, dan zorgt het tekort voor problemen. In het geval van ijzer is dit overigens heel makkelijk vast te stellen. Nieuwe bladeren ogen bleek. Meestal is er dan een ijzertekort. Mangaan zou overigens ook kunnen. Wanneer gevestigde bladeren geel ogen, dan kan een tekort aan een macro-nutrient hier de reden voor zijn. Meestal is dit dan stikstof, kalium of magnesium.

In een aquarium zijn problemen met planten bijna altijd te herleiden aan een te hoge lichtintensiteit in relatie tot een te lage CO2 concentratie. Terwijl de ‘onbewust, onbekwame’ hobbyist meestal zoekt naar oplossingen in ‘beter licht’, een hogere lichtintensiteit, ‘betere plantenvoeding’ en meer plantenvoeding.


FAQ

Wat zijn makkelijke aquariumplanten?

Sommige plantensoorten kunnen makkelijker volledig onder water leven dan andere plantensoorten. Welke rol zuurstof hierin speelt is onduidelijk. De concentratie zuurstof onder water is in ieder geval extreem veel lager dan in de atmosfeer. De rol van CO2 is een stuk duidelijker.

Van moeilijke aquariumplanten wordt wel eens beweerd dat ze een voedingsbodem nodig hebben, goede kwaliteit verlichting en de juiste waterwaarden. Maar als de CO2 concentratie een stuk hoger ligt (20-30 ppm) dan wat een aquarium van nature heeft (2-3 ppm), kun je iedere aquariumplant houden. Ook in zand en zwakke verlichting.

Makkelijke aquariumplanten zijn dus plantensoorten die relatief minder CO2 nodig hebben. Wat deze planten dan zijn is eigenlijk best discutabel. Verschillende mossoorten en java varens worden onder makkelijke plantensoorten gerekend, maar hebben best veel behoefte aan CO2. Injecteer CO2 en deze planten hechten bijvoorbeeld veel beter aan steen en hout.

Over het algemeen zijn waterplanten, zoals Vallisneria, Elodea en Ceratopteris soorten, makkelijke aquariumsoorten. Ook Cryptocoryne soorten zijn over het algemeen erg makkelijk te houden. Een mooi lijstje met oever- en moerasplanten:

  • Limnophila sessiliflora
  • Heteranthera zosterifolia
  • Hemianthus micranthemoides
  • Rotala rotundifolia
  • Ceratopteris thalictroides

Wat is een low tech aquarium?

Een aquarium met weinig onderhoud en weinig technologie. Makkelijk en goedkoop dus. De term is verwarrend. Veel toepasselijker is de term ‘low energy’.

De verschillende factoren die voor planten een rol spelen, dus licht(intensiteit), CO2, O2 en mineralen, kun je gezamenlijk benaderen met de term low energy of high energy.

High energy is gebruik maken van normale tot sterke verlichting. Dan kom je al snel bij CO2 uit en moet ook het managen van mineralen in beschouwing worden genomen.

Low energy is dus gebruik maken van lage lichtintensiteit. Maar ik maak gebruik van zuiver water en minerale zouten voor mijn beplante aquaria. Dat vergt wat meer werk en is technisch te noemen. Dus low tech wil ik het niet noemen. Maar low energy? Zeker.

Lees er verder over in het artikel Low tech aquarium.

Hoe krijg ik rode planten of mooie bodembedekkers?

Eigenlijk twee verschillende vragen, maar het antwoord is hetzelfde. Je zult een normale tot hoge lichtintensiteit moeten gebruiken. Om problemen te voorkomen zul je waarschijnlijk CO2 gas moeten injecteren. En je zult voldoende mineralen moeten toevoegen. Dan doe je er goed aan om die mineralen via het water te doseren, zodat je weet wat er in je bak gaat. Wekelijks zou ik relatief grote waterwissels uitvoeren. Niet om overtollige mineralen uit het water te halen, maar om organische afvalstoffen van planten uit het water te halen (zie de volgende vraag). En verder zou ik ’s nachts het water flink beluchten met een luchtsteentje.

Hoe voorkom ik algen?

Door algensporen niet te laten ontkiemen. Algensporen zijn overal en altijd. Ze ontkiemen door een hoge lichtintensiteit, veel organische stof in het water en een gebrek aan een hoge plantendichtheid met gezonde planten. Lees hier meer over in mijn artikel Algen in het aquarium.

Lees verder over aquariumplanten in het artikel Het Beplant Aquarium.

Blijf scapen,
Ruud

PS. Heb je vragen of opmerkingen? Stuur me gerust een bericht:


Over Nature Scapes  | Privacy by design